maandag 13 juni 2011

Bitch

“Hoeveel kinderen heb jij?” vraagt het Chanel-mantelpak naast me op een tweedaags juridisch congres. Ik trek mijn wenkbrouwen op. Het mantelpak is niet dom en erkent haar fout. “Oh, sorry, je ziet er zó moe uit en ik hoorde dat je je collega’s naar de hotelbar probeert te lokken. Dat doen toch alleen de verlopen moeders die weer eens wat vertier willen?” Ze negeert mijn verblufte blik “Ja, of de singles uiteraard, voor wie de trieste gala’s der kanslozen een natuurlijke leefomgeving zijn geworden.” Ik draai me om zonder iets te zeggen. Ik ben inderdaad moe; na een dag vol saaie voordrachten met een dag vol nog saaiere speeches te gaan, moet mijn batterij dringend aan de oplader. Een klein feestje met collega’s wordt mijn stopcontact vanavond.


Streep door de rekening: Leo en Anja besluiten beiden naar huis te rijden om de kinderen nog even te zien, Martin gaat zijn nieuwe vlam verrassen en Jeanette wil eindelijk eens bijslapen. Dus zit ik om acht uur op mijn hotelkamer. Alleen. Ik durf niet naar de hotelbar uit angst het Chanel-mantelpak tegen te komen en spontaan te scalperen. Voor het eerst in tijden vliegt het me aan. Ik wil ook weg, maar waarheen? Naar dat lege, koude, donkere thuis waar nooit iemand vraagt hoe mijn dag was? Naar die koelkast die zich nooit vult met onverwachte aankopen? Naar dat bed dat nooit door een vertrouwd lijf wordt voorverwarmd? Stomme Chanel-bitch. Ze ontgroent mijn gras, terwijl ik niet eens een tuin heb.


Ik bel Carien en ratel, zachtjes huilend, dat ik ook spontaan naar mijn geliefde wil rijden, dat ik hopeloos verlang naar een arm om me heen, dat ik het helemaal zat ben. Carien is lief. Ze troost me. Ze snapt me. Ze doet geen loze beloften over de man die ik heus een keer ga tegenkomen. En ze geeft me een gouden tip: tijdens het dieptepunt van de huilbui in de spiegel kijken. Slappe lach gegarandeerd. Ik hang grinnikend op, bestel bij roomservice een halve liter Ben&Jerry’s en laat het bad vollopen. Fuck de Chanel-bitch, ik heb Carien.