zondag 5 juni 2011

Google adventures

Ik was op een Hemelvaartfestival en speelde ‘kijken of jij kijkt en dan snel wegkijken’ met een woest aantrekkelijke man. Na een uur werden we beiden brutaler. Als ik met een mojito in de zon sta in mijn favoriete ‘watch-me-I’m-hot’ jurkje, dan is ‘durfal’ ineens mijn tweede naam. Meestal intimideert dat mannen, maar deze bleek al snel van plan me juist uit te dagen. Ongegeneerd zette hij zijn zonnebril af voor een ouderwetse knipoog op weg naar de bar. Alwaar hij bier haalde. En cola. Voor twee kinderen; gescheiden blijkbaar. Een kwartier later stond hij naast me en stelde zich voor. Dat hij ook zijn dochter terloops introduceerde, leek me een extra goed teken. En toen hij met de kinderen huiswaarts ging, kwam hij gedag zeggen. Nóg een goed teken, leek me, ook al vroeg hij niet om mijn nummer. Hij zou me beslist googelen morgen, misschien vannacht nog.

Inmiddels zijn drie dagen voorbij. Geen mail. Terwijl ik weet dat ik goed vindbaar ben; ik heb net mezelf gegoogeld. En daarna hem. Stuk lastiger. Geen LinkedIn, geen Facebook, geen Hyves. Aha, wel een tennisvereniging met een lijst bardiensten. Hij staat erbij, voor 5 juni. Het moet blijkbaar zo zijn: hij draait vandaag bardienst en het nummer van het clubhuis staat erbij. Ik bel meteen en vraag naar Marcel: ‘Ach, die moest even weg, bel hem mobiel, joh, heb je dat nummer?’ 1-0.

- “Met Marcel”
- “Hoi Marcel, met Frederique van het Hemelvaartfestival.”
- “Eh, wie? Oh, eh... hoi... Eh..., hoe is het?”
- “Goed, dankje. En met jou?”
- “Ja, eh..., eh..., hoe is het???” Mmm, dat gaat niet helemaal soepel.
- “Nou, prima, dankje. En jij?
- “Eh, ja, eh..., hoe kom je aan mijn nummer???” Ai, helemaal niet soepel.
- “Ja, dat is een gek verhaal. Ik hoop dat je het niet erg vindt, maar ik heb je gegoogeld en vond jouw naam op de bardienstlijst van je tennisclub. En daar gaven ze me je nummer.
- “Oh..., en... eh... hoe is het?” Marcel functioneert overduidelijk niet meer. Ik begin spijt te krijgen van mijn telefoontje.

En dan hoor ik ineens een andere mannenstem luid en duidelijk in mijn oor: "Frederique, sorry, hoor, Marcel zit met collega’s in de auto en je staat op de speaker. Daardoor is hij een beetje ongemakkelijk. Maar wij vinden het wel superstoer dat je dit doet, zeg! Echt top!”

Als ik daarna bedremmeld Carien bel, vind ze Marcel een eikel en een sukkel. Om vervolgens grinnikend te constateren dat die collega van hem wél heel leuk klonk: “maar daar heb je zeker geen nummer van, Freek, hè? Of kun je die ook even googelen?” Grapjas, ik ben wel even klaar met Google adventures.