zondag 19 juni 2011

Waarom niet?

Hij vraagt of hij me mag zoenen. Waarschijnlijk wil hij wel meer, maar hij vraagt op dit moment alleen om het zoenen. We staan in de kroeg, hij is charmant. Hij is ook een vrijbuiter, ongeschikt voor een vaste relatie. Zo beweert hij zelf. Vroeger dacht ik nog wel eens dat een man zoiets beweerde naar aanleiding van eerdere, zeer claimerige, geliefden. Natuurlijk zou dat veranderen nu hij mij had leren kennen. Dat denk ik tegenwoordig niet meer. Als een man zegt dat hij ongeschikt is voor een vaste relatie, dan heeft hij waarschijnlijk gelijk. Zelfs als hij over andere dingen zelden gelijk heeft. Als hij bijvoorbeeld beweert dat mannen beter autorijden dan vrouwen.

Ik schud mijn hoofd en hij excuseert zich. Niet voor zijn opvatting uiteraard; voor het feit dat hij even naar het toilet moet. Ik haal mijn iPhone tevoorschijn, maar die houdt zich rustig. Als ik op kijk, vang ik de nieuwsgierige blik van de dame naast me aan de bar.


- “Je vindt hem leuk. Ga je hem zoenen?” vraagt ze direct.
- “Je bent al de tweede die dat vraagt vanavond,” kaats ik lachend terug.
- “Ja, hij vindt jou ook leuk. Dus: waarom niet?” Het is meer een advies dan een vraag.
- “Tja, waarom niet?” mijmer ik... Ik heb er geen antwoord op. Maar toch mist er iets. En ineens weet ik het. “Weet je wat het is? Er is geen waarom-niet. Absoluut niet. Maar er is ook geen waarom-wel.”


De dame kijkt me verbluft aan. Deze benadering is duidelijk nieuw voor haar en ze is er meteen fel op tegen; misschien moet zíj hem zoenen als hij zo terug komt. Ik sla deze ronde in elk geval even over en heb het prettige vermoeden dat ik daar heel weinig aan ga missen. Op weg naar huis met de wind in mijn haren weet ik het zeker: niks mis met een beetje waarom-wellen op zijn tijd.