dinsdag 26 juli 2011

Als hij je schat noemt, is hij je naam vergeten

Mooie tegelwijsheid: als hij je schat noemt, is hij je naam vergeten. Mooie bekentenis: ik heb ooit iemand schat genoemd, omdat ik zijn naam nog niet wist. Dat kwam zo: ik was in Kosten Koper, de extreem foute tent waar je zelfs om vier uur ’s nachts nog naar binnen kunt als je bereid bent pick-up-food te zijn. Hoe ik daar kwam is nu niet zo belangrijk, wel relevant is het feit dat ik met Carien op de dansvloer stond en een moedigmakende hoeveelheid alcohol had genuttigd,  toen er een woest aantrekkelijke man voorbij kwam. Hij keek, ik keek, hij glimlachte, ik glimlachte, hij zweeg, ik zweeg, hij liep door, ik bleef staan. En had meteen spijt. Dus zocht ik hem op en vond hem aan de bar. Ik besloot op hem af te stappen en gebruik te maken van mijn ongekend hoge ongeremdheid. Ik ging pal voor hem staan en zette een boze blik op.


“Zo wordt het natuurlijk niks met ons, hè, schat? Als jij elke keer als wij ruzie maken, maar wegloopt en in de drank vlucht!”


Ik wachtte gespannen af en realiseerde me het risico van deze opening in combinatie met het tijdstip van half vijf ’s morgens. Hij had beslist teveel drank achter zijn kiezen om mijn grap te begrijpen, als hem dat in nuchtere toestand al zou lukken tenminste. Maar hij keek me uitdagend aan en antwoordde fel:


“Jij weet heel goed dat je niet over mijn ouders moet beginnen, lieverd! Dan loopt het altijd uit de hand.”


Ik was verrukt. Ik stond in de meest kansloze tent van Utrecht op een hopeloos tijdstip een gevatte grap te maken tegen een wildvreemde en hij zette me zonder blikken of blozen schaakmat. Ik deed een stap in zijn richting en hij kuste me vol overgave. Ik ben er nooit achter gekomen hoe hij heet. Ik weet alleen dat ik afgestraft ben door een van de zeldzame helden wiens iq het 24/7 doet. Chapeau.


zondag 17 juli 2011

Kraagje of t-shirt

Ik zit aan de bar van Orloff, de fijne kroeg op ’t Wed in Utrecht, met naast mij collega Valerie. Verderop aan de bar staat een groepje mannen. Ook aan het vrijdagmiddagborrelen, zo te zien. Een exemplaar met een prettig drie-dagen-baardje zoekt vergeefs oogcontact met Valerie, die enthousiast vertelt over haar tennisvereniging. Ik wijs haar op het baardje. Ze kijkt om, maar draait zich al snel teleurgesteld terug.


“Niet leuk?” vraag ik verbaasd; het baardje is behoorlijk aantrekkelijk.
“Best leuk,” zegt ze gelaten.
“Maar?” vraag ik.
“Maar.... ach, ik val nu eenmaal meer op kraagjes.”

Ik kijk haar wezenloos aan: ze valt meer op kraagjes?? Valerie lacht en legt het me uit. Volgens haar zijn er twee soorten mannen, de kraagjes en de t-shirts. Dan valt mijn kwartje; een beetje kort door de bocht, maar deze redenering slaat zeker kant of wal of beiden. Ik wil als een kind met Sinterklaas direct mijn nieuwe speelgoed uitproberen en kijk met één oog op Valerie naar de barman. Overduidelijk een kraagje. Valerie steekt haar duim op: correct. De roker voor het raam is de volgende: een t-shirt. Correct. Dan kijken we naar de man links van ons. Valerie ziet me twijfelen en knikt bemoedigend. Ik vind het lastig. Hij draagt een t-shirt, maar ergens klopt het niet. Valerie bevestigt mijn vermoeden: hij draagt weliswaar geen kraagje, maar hij is er beslist wel een met zijn rolex en klassieke schoenen. Nu kijk ik opnieuw naar het baardje en ik zie het meteen. Een t-shirt. Niet alleen zijn shirt, maar ook zijn jeans en zijn halflange haar geven uitsluitsel. Hij ziet Valerie kijken en klaart op. “Sorry, schat, ze valt op kraagjes,” besluit ik hem uit zijn lijden te verlossen. Tot mijn verrassing begrijpt hij mijn uitleg meteen en verlegt zijn aandacht: “en jij, val jij ook op kraagjes?” vraagt hij flirterig. Hoewel ik zeker een t-shirt-vrouw ben, leg ik hem fijntjes uit: “Ik val niet op tweede keuzes.” Hij krimpt ineen alsof ik hem op 60 graden achter zijn oren was. Mmm, fijngevoelig t-shirt blijkbaar. Hij mag blij zijn dat ik hem nog niet in de droger had gestopt.

donderdag 7 juli 2011

Verovering

Ik sta op een feestje van een collega van C&W. Er wordt veel over werk gepraat en hoe fantastisch ik mijn werk ook vind, het dreigt een beetje saai te worden met al die juristen. Gelukkig heb ik af en toe contact met een paar felblauwe ogen die horen bij een fijn gebruinde man in de andere hoek van de tuin. Hester ontgaat het blijkbaar niet: “hij woont twee huizen verder, niet verkeerd, he?” Ik knik en hij knipoogt alsof hij weet dat we het over hem hebben.  

Een paar uur later is de gastenlijst aardig uitgedund en zitten we met een tiental mensen rondom het Mexicaanse kacheltje in de tuin van Hester en Jochem. Het gaat eindelijk niet meer over werk, maar de vraag is of dat zoveel beter is: men praat nu over smartphones. De mannen doen een ouderwets wedstrijdje wie de langste heeft en de fijne buurman glimlacht alleen maar. Ik biecht op dat ik er geen ruk van snap. En dat de mijne kuren heeft. Hij piept niet meer bij sms’jes. De fijne buurman steekt zijn hand uit. Hij beweegt zijn vingers soepel over het touchscreen en ik krijg er zowaar vertrouwen in. In mijn zodadelijk beslist herboren iPhone en in deze man. De rust die hij uitstraalt, maakt veel in me los.

“Kijk eens of het nu beter is,” zegt hij met een gulle lach.
Ik krijg mijn iPhone terug en schuif hem open.
Er staat een sms klaar om te verzenden: “Ik vind jou leuk”
Ik bloos.
Hij niet.
Ik stuntel een sms terug “Ik vind jou ook leuk” en zeg hardop “Mmmm, volgens mij klopt het nog niet helemaal.

Ik wacht gespannen af waar hij mee gaat komen, want deze man heeft veel moois in petto, dat heb ik inmiddels wel door. Hij is er zo een die strak de leiding neemt, duidelijk maakt wat hij wil en die de eerste stap zet. Ik durf te wedden dat hij bij onze eerste zoen, precies zoals het hoort, met zijn handen mijn gezicht naar hem toe zal draaien. Heerlijk, zo’n man die de touwtjes in handen heeft en die je ouderwets verovert. Ze zijn er nog.

Nog voordat ik mijn telefoon terug krijg, ontwikkelt zich een donkerbruin vermoeden waar deze avond gaat eindigen: twee huizen verder, zei Hester toch?