dinsdag 6 september 2011

Geboortekanaalbehandeling

In mijn brievenbus ligt een geboortekaartje. Dat herken ik natuurlijk meteen: een mooi wit vierkant envelopje met een schattige ooievaarspostzegel. Geen ontkennen aan. Er is weer een baby bij. Raar eigenlijk dat we daar een apart woord voor hebben: baby. Blijkbaar vinden we de kleine varianten van mensen en dieren zo aandoenlijk dat we er aparte woorden voor nodig hebben. Geen paardje, maar een veulen. Geen katje, maar een kitten. Geen varkentje, maar een big. Zou dat zijn om in één woord te kunnen zeggen dat het pasgeboren is in plaats van klein uitgevallen? Ik ga voortaan mijn nieuwe aanwinsten ook anders noemen: “kijk, dit is mijn kramst!” “Je wat?” “Mijn kramst, mijn pasgekochte kruk.”
 

Meestal is het verschil tussen klein uitgevallen en pasgeboren toch best zichtbaar. Bij dieren ook, en zeker bij mensen. Maar daar hebben we zelfs een heel scala aan varianten voor ‘mensje’: kind, peuter, kleuter, puber, baby. Niet klein uitgevallen, maar gewoon nog relatief nieuw. Sterker nog: babies zijn nooit klein uitgevallen, maar zitten altijd boven in de groeicurve. Of ze zijn heel intelligent uitgevallen. Of heel sterk. Of heel mooi. Iets uitzonderlijk positiefs in elk geval. Dat oostindisch ontregelde beoordelingsvermogen is een gouden greep van de natuur. Hoewel een geboortekanaal-behandeling veel mensjes feitelijk bekeken niet bepaald ten goede komt, zien de ouders daar niets van. Die merken niet eens dat hun nieuwe aanwinst gekreukt, gerimpeld, communicatief zwak en motorisch gehandicapt uitgevallen is. Die sturen een blij geboortekaartje.
 

Dus daar ligt er weer een. Een beetje verbaasd ben ik wel; ik was me er niet van bewust dat er weer iemand op knappen stond in mijn omgeving. Ik maak de envelop open en moet bijna wegduiken voor de vrolijke vlinders en lieveheersbeestjes die eraf spatten. Het is een meisje. Belle. En bij de gelukkige ouders staat de naam van mijn ex.