maandag 24 oktober 2011

TomTommen naar Parijs

De netwerkbijeenkomst op ons kantoor begon met een debat over jurisprudentie, waarna een van de advocaten van Holleeder als gastspreker optrad. Dat heeft nogal wat klanten getrokken en inmiddels staan we op de afsluitende borrel. Om me heen tel ik zo’n vijftig krijtstreeppakken met pastelkleurige stropdassen. De dames zijn in een onderweldigende minderheid en verhullen dat door in hetzelfde krijtstreepje te kameleonnen. Ik draag zelf ook een veilig mantelpakje, maar ik heb wel mijn witte laarzen erbij gekozen om uit de toon een beetje melodie toe te voegen. Mathilde schenkt een pinot grigio voor me in en dan zie ik hem. Hij voegt geen melodie, maar een hele partituur toe aan het eenstemmige pakkenkoor: blonde krullen, gulle lach, zachtroze overhemd met gilet, felgekleurde sneakers onder zijn jeans. Met zijn blik op mijn laarzen, steekt hij een duim op en begint aan een langzame maar zekere tocht mijn kant op. “Wie is dat?” vraag ik aan Mathilde. “Dat is meneer Stoinck-Pandoer, vastgoedmagnaat, klant van Westdijk.” Westdijk is een van onze directeuren; zijn klant is belangrijk. En twintig minuten later staat hij tegenover me. 

“Hallo, ik ben Thomas,” zegt de heer Stoinck-Pandoer.
“Aangenaam, Frederique Hoogerdoel.”
“Frederique, dat past niet bij je. Is Freddy ok?”
Ik lach en knik. Zal ik hem Stroika-peren noemen?
“Heb je vandaag nog belangrijke afspraken, Freddy?”
Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen, hij straalt iets brutaals en uitdagends uit. En hij staat er absurd aantrekkelijk bij.
Ik stamel: “Eh, eh.”
“Mooi. Ik draai vanavond in Parijs en die laarzen van jou zijn overduidelijk aan een feestje toe.”
“Je drááit.. vanavond in Parijs?”
“Ja, plaatjes draaien. Doen wel meer dj’s hoor,” lacht hij.
“Je zit toch in het vastgoed?“
“Schatje, je moet saaie hobbies niet met serieuze werkzaamheden verwarren. Ik heb straks een chauffeur die me rijdt en ik moet onderweg een uurtje wat zaken afhandelen, maar verder gaan wij een fantastisch tripje hebben samen.” Hij lijkt het te menen.
“Dat kan niet, eh, Thomas, je bent een klant,” zegt de brave Hendrika in mij.
“En die mogen niet naar Parijs?” Hij kijkt verbaasd.
Ik lach, net iets te hard. Een paar collega’s kijken om.
“Je snapt het wel,” zeg ik.
“Maar ik betreur het ook”, zegt hij zachtjes terwijl hij zijn wang tegen de mijne legt en zijn lippen mijn oor raken.

Die avond vertel ik mezelf dat ik gelukkig niet voor deze gladde macho ben gevallen. En vertelt Google me dat “Thomas Stoinck-Pandoer, beter bekend als dj TomSToy, een uitverkochte show geeft in de nieuwste club in Parijs”.