dinsdag 11 oktober 2011

Trainspotting

Ik zit in de trein en daar heb ik een heftige haat-liefde relatie mee. Ik kan er dolgelukkig zijn met mijn iPod en boek. En ik kan me er opvreten over mijn afhankelijkheid van de dienstregeling en mijn medereizigers. Vandaag is een goeie dag. Vandaag ervaar ik namelijk een onverwacht voordeel. Zonder er enige moeite voor te doen, krijg ik een kijkje in het leven van een mij totaal onbekende dame, laat ik haar Roos noemen. Ze zit twee zitjes voor me aan de overkant van het gangpad. Uit haar H&M tas steekt een statistiekboek. Roos heeft lange blonde krullen en draagt een paar hippe laarsjes. Meer zie ik niet; ik kijk haar op de rug. Ik kan haar wel prima horen, zo blijkt als David Guetta zich meldt als ringtone; zonder enige gêne praat ze lekker hard in haar toestel.
 

“Heeeeey, hoi, hoe was het gisteravond?”
....
“Wat had je aan?”
...
“Oh, leuk! Met dat mooie topje erop?”
...
“Nee, joh, tuurlijk niet. Kun jij echt wel hebben.”
...
“En hij dan? Had hij er werk van gemaakt?”
...
“Oh? Waar had je afgesproken dan?”
...
“Bij hem thuis??? Gek!”
...
“Nee, muts, nooit doen. Nooit eerste keer bij een kerel thuis afspreken.”
...
“Hoezó ‘waarom niet’??? Omdat je hem van internet kent, dombo. Weet je hoeveel gevaarlijke gekken er op internet zitten? Je weet toch helemaal niks van hem?”
....
“Ja, hoor eens, jij bent net vrijgezel, jij weet helemaal niet hoe dat werkt, joh.”
....
“Nee, echt, mam, neem nou maar van mij aan; niet meer doen. Ok?”
....
“Ok. Ga je nu hangen, mam, bel je later nog. Kus! ”


Ik ben vast niet de enige die nu met een grote glimlach uit het raam kijkt. De NS moet eigenlijk haar kaartje vergoeden; Roos heeft zojuist voor de hele coupé de verhouding met de trein nieuw vuur ingeblazen. Ik verheug me nu al op de terugreis.