maandag 7 november 2011

Herfststukje

“Weet je zeker dat hij ‘morgen’ zei?” vraagt Barbara.
Ik knik en neem nog een bitterbal.
“Niet ‘volgende week’ bijvoorbeeld?” probeert ze het nog een keer.
“Nee, niet volgende week. Hij zei ‘ik bel je morgen’.”

Barbara kijkt geïrriteerd. Ik weet niet of ze baalt van mij of van haar collega Stef. Bar vond ons wel een match, dus gingen we wat drinken en kreeg ik zijn nummer. Toen ik hem een paar dagen later belde, trof ik hem op een ongelukkig moment. Kan gebeuren. Hij zei dat hij me morgen terug zou bellen. Dat is nu een week geleden.

“Heeft hij je nummer eigenlijk wel?” vraagt Barbara. Ze klinkt een beetje boos.
“Nou, dat lijkt me wel. Ik belde met mijn mobiel de zijne.”
“Misschien heeft zijn telefoon het niet opgeslagen?” oppert ze. Zou ze zelf doorhebben hoe absurd ze klinkt? Zometeen vindt ze nog dat ik niet duidelijk ben geweest.
“Anders heeft hij mijn sms’je nog, hoor,” stel ik haar gerust.
“Wanneer heb je hem gesmst?” wil ze weten. Blijkbaar had ik dat nooit mogen doen.
“Gewoon, na dat belletje dat niet uit kwam,” verdedig ik mezelf.
“Jezus, Freek,” zegt ze en ik heb geen idee wat ze daarmee bedoelt.

Ik moet denken aan dat aloude gezegde: als je geschoren wordt, kun je maar beter stil blijven zitten. Ik weet niet waarom Bar aan het scheren is geslagen, maar wel dat ik geen zin heb in ongelukken.

“Mannen zijn eikels,” zegt ze vervolgens. Dat kan in elk geval niet mijn schuld zijn.
“Het is herfst,” grap ik, verlangend naar een beetje luchtigheid.
“Huh?” zegt Bar.
“Herfst, je weet wel, overal eikels,” leg ik uit.

Ze kijkt me aan, haar mondhoeken krullen op en ze begint onbedaarlijk te lachen. Een waterval aan gelach, geknor en gehik komt me tegemoet. Ze houdt haar buik vast, giert het uit, vouwt zich dubbel en gaat dan naadloos over in een enorme huilbui. Haar traanbuizen pompen al het overtollige verdriet in waterlinies haar wangen op. Ik weet alles over horken die maar één ding willen, over pannenkoeken die nooit meer bellen, over losers die alleen over zichzelf praten en sukkels met teleurstellende teksten. Maar ik weet niks over het soort eikel dat zich na tien jaar huwelijk ineens openbaart. Ik ga naast Bar zitten en geef haar een zakdoek. Gelukkig kan ik uitstekend knuffelen.