zaterdag 24 december 2011

Single bells, single bells, single all the way

Ik denk serieus dat Kerst knus, warm, gezellig, romantisch kan zijn. Je handen warmen aan chocolademelk met slagroom, tientallen kaarsen aansteken, fijne cadeaus onder de boom leggen, recepten voor glühwein uitproberen en het berenvel voor de open haard eindelijk eens gebruiken zoals het bedoeld is. Kerst is voor de verliefden en de houden-vannen. Voor grootouders en gezinnen. Voor kinderen die de natte zoenen van oudtantes proberen te omzeilen en hun nieuwe speeltjes net zo lang uitproberen tot ze stuk zijn. De clip van Paul McCartney’s ‘once upon a long ago’. Je weet wel.

Ik haat Kerst. Het is mijn officiële dieptepunt van het jaar. Erger dan mijn favoriete paar schoenen verliezen bij een inbraak met schade in mijn Mini.

Ik haat de Kerstdagen. Carien gaat altijd werken. Kerst met een bemanning op een exotische bestemming, waar cocktails en zonnebrand veel goedmaken. Stuk beter dan een stormparaplu aanschaffen.

Ik haat Kerstentertainment. Op de radio doet Wham zielig terwijl ze vorig jaar gewoon nog gelukkig waren samen. En op televisie doet Robert ten Brink een oproep aan geliefden die de feestdagen van elkaar gescheiden dreigen te zijn. Onder het motto ‘want met Kerst mag niemand alleen zijn’. Nou, beste Roberto, zij kunnen tenminste nog Skypen.

Ik haat de Kerstinvasie. Vorig jaar heb ik gedaan alsof het een doodgewoon weekend was. Radio en tv uit. Gordijnen dicht. Muziek hard aan, stapel boeken op de bank. Maar het vrolijke gelach aan het Kerstdiner van de buren was niet te overstemmen. En ik rook de hele dag rollades en gourmetschotels in de straat.

Ik haat Kerst. En tegenwoordig verkondig ik dat ook gewoon. Het kan me niet meer schelen als ik daarmee het Kerstgevoel van een ander verpest. Dat groeit wel weer aan. Dus als ik dit jaar in de rij bij de Hema iemand zie worstelen met een mandje vol Kerstballen, lichtjes en raamversieringen, zeg ik het hardop, à la Gargamel: “ik haat Kerst”. Dan hoor ik achter mij een zucht “ik ook”. Ik kijk om, recht in het gezicht van een vrouw van middelbare leeftijd. Ze heeft een hoornen bril op met een touwtje eraan, daarachter felblauwe ogen in een bleek gezicht omringd door golvende grijze haren. “Hebt u ook een dierbare verloren dit jaar?,” vraagt ze me bedroefd.

Als ik twee uur later thuis kom, is het schaamrood nog steeds niet helemaal weggetrokken van mijn kaken. Wel heb ik korte metten gemaakt met mijn zelfmedelijden. Ik kruip achter mijn laptop, open een nieuwe mail naar al mijn contacten en typ in de onderwerpregel: ‘Hoera-ik-hoef-niet-naar-mijn-schoonfamilie-feest op tweede Kerstdag: komt allen!’


dinsdag 13 december 2011

Gooiertjes

Ik heb een ex-scharrel aan de telefoon en ineens gaat het over ‘waarom het uit ging’. Heel serieus aan is het nooit geweest, maar op een gegeven moment ging het wel vrij serieus uit, in die zin dat we elkaar nooit meer spreken. En nu belt hij mij ineens omdat hij wil weten wat voor gitaar ik kocht toen ik begon met spelen.

“Ik heb nooit gitaar gespeeld, hoor,” zeg ik verward.
“Oh, shit, sorry,” zegt hij.
“Verkeerde ex gebeld?” vraag ik.
“Eh, nee, natuurlijk niet, ik weet het al, het is een vriend van me,” hakkelt hij.
“Mmmm. Wil je gitaar gaan spelen?” vraag ik.
“Nou, nee, ik wil hem cadeau doen.”
“Wow, mooi cadeau! Voor wie?”
“Voor mijn vriendin,” zegt hij.

Hij wil zijn vriendin een gitaar geven.

“Je bent echt tot over je oren verliefd, hè?” zeg ik.
“Ja,” lacht hij, “ik geloof het ook, Freek.”
“Heb je met mij nooit gehad, hè, zo sterk?” vraag ik.
“Nee, dat klopt. Terwijl ik jou eigenlijk net zo leuk vond. Eh, vind. Maar weet je wat het is?” zegt hij en pauzeert even, “Ik val nu eenmaal op gooiertjes.”
“Je valt op wat??”
“Gooiertjes. Van die meisjes waar je een beetje mee kunt gooien. Klein, rank, slank. Formaat turnstertje, zeg maar. Die je fijn met één hand kunt verplaatsen in je bed.”

Die avond in de kroeg kijk ik om me heen. Overal gooiertjes. Aan de bar. Aan de tafeltjes. Onder de terraswarmers. Blonde, donkere, hippe, tuttige. Gooiertjes in alle smaken. Ik zie mijn eigen reflectie in het raam. Eén meter drieëntachtig en bepaald geen wespentaille. Knappe vent die daarmee kan gooien zonder er een hernia aan over te houden. Ach, er zijn vast mannen die niet van gooiertjes houden. Die liever een zinkertje hebben. Doe mij er daar maar een van. Als ’t kan, met gitaar graag.


woensdag 7 december 2011

Thaise mmmassage

Ik ben in Amsterdam op Carien aan het wachten. Haar vlucht uit Oslo is een uur vertraagd, smste ze me zojuist. “Als je toch moet wachten, neem dan een massage bij mijn favoriete masseuse,” schreef ze. Dankzij mijn vrienden Google, Google Maps en 9292OV vind ik het adres gemakkelijk. De winkelruit is volgeschreven met Nederlandse, Engelse en Thaise teksten. ‘Neck, sholder, bak massage’ staat er. En ‘volle licham massage slechs 50 euro’. Binnen staat het vol met kleurige beeldjes  en gouden lijsten om officieel ogende diploma’s. Ik zie achter de balie nog net een donker kruintje dat opspringt als ik binnen stap. 

“Ello,” zegt een vriendelijk vrouwtje.
“Hello,” zeg ik terug, “I would like a massage if possible.”
“Light now?” vraagt ze.
Ik knik en ze geeft me een soort menukaart.
“Thai massage one hour?” zeg ik vragend.
“Yes, yes,” zegt ze en lacht er zo stralend bij dat het lijkt of ik haar een groot plezier doe.

Terwijl ik haar volg naar het gordijn achter in het zaakje, prent ik mezelf in dat ik Carien straks moet bedanken. Goed idee, een uurtje heerlijk ontspannen en verwend worden. Als ik op de tafel lig, giet het vrouwtje een heerlijk geurende olie op mijn rug en wrijft hem uit over mijn nek, schouders en armen. Ik doe mijn ogen dicht en voel de eerste spanning al uit mijn lijf wegvloeien. Als ze is opgewarmd balt ze haar handen samen tot vuisten en begint daarmee op mijn onderrug te duwen. “Au,” zeg ik. “Mmmm,” zegt zij voldaan. En gaat verder met haar ellebogen. Met haar volle gewicht leunt ze op alle gemene knopen in mijn rug. Elke keer dat ik “au” zeg, zegt zij “mmm”.  

“You selious back ploblem?” vraagt ze.
“I don’t think so,” zeg ik.
“You wolk with you back?” checkt ze of ik op mijn werk mijn rug molesteer.
“No, no, lazy job,” zeg ik. Ik heb nog nooit een rijstmand op mijn hoofd gehad, dus je hoort mij niet klagen.
“You husband?” vraagt ze dan.
“Eh, no,” zeg ik.
“Mmmmmmm!” zegt ze alsof dat alle ellende verklaart.

Als ik later met Carien aan de lunch zit, lacht ze me vierkant uit. “Ik neem altijd een oliemassage, sufferd, die Thaise dingen doen enorm pijn.” “Mmmm,” zeg ik. “En ze heeft je zeker ook al gezegd dat je aan de vent moet.” “Mmmm,” zeg ik nog een keer. Toch iets van haar geleerd!