dinsdag 13 december 2011

Gooiertjes

Ik heb een ex-scharrel aan de telefoon en ineens gaat het over ‘waarom het uit ging’. Heel serieus aan is het nooit geweest, maar op een gegeven moment ging het wel vrij serieus uit, in die zin dat we elkaar nooit meer spreken. En nu belt hij mij ineens omdat hij wil weten wat voor gitaar ik kocht toen ik begon met spelen.

“Ik heb nooit gitaar gespeeld, hoor,” zeg ik verward.
“Oh, shit, sorry,” zegt hij.
“Verkeerde ex gebeld?” vraag ik.
“Eh, nee, natuurlijk niet, ik weet het al, het is een vriend van me,” hakkelt hij.
“Mmmm. Wil je gitaar gaan spelen?” vraag ik.
“Nou, nee, ik wil hem cadeau doen.”
“Wow, mooi cadeau! Voor wie?”
“Voor mijn vriendin,” zegt hij.

Hij wil zijn vriendin een gitaar geven.

“Je bent echt tot over je oren verliefd, hè?” zeg ik.
“Ja,” lacht hij, “ik geloof het ook, Freek.”
“Heb je met mij nooit gehad, hè, zo sterk?” vraag ik.
“Nee, dat klopt. Terwijl ik jou eigenlijk net zo leuk vond. Eh, vind. Maar weet je wat het is?” zegt hij en pauzeert even, “Ik val nu eenmaal op gooiertjes.”
“Je valt op wat??”
“Gooiertjes. Van die meisjes waar je een beetje mee kunt gooien. Klein, rank, slank. Formaat turnstertje, zeg maar. Die je fijn met één hand kunt verplaatsen in je bed.”

Die avond in de kroeg kijk ik om me heen. Overal gooiertjes. Aan de bar. Aan de tafeltjes. Onder de terraswarmers. Blonde, donkere, hippe, tuttige. Gooiertjes in alle smaken. Ik zie mijn eigen reflectie in het raam. Eén meter drieëntachtig en bepaald geen wespentaille. Knappe vent die daarmee kan gooien zonder er een hernia aan over te houden. Ach, er zijn vast mannen die niet van gooiertjes houden. Die liever een zinkertje hebben. Doe mij er daar maar een van. Als ’t kan, met gitaar graag.