maandag 27 februari 2012

Hij wel

Ik hoor het gewoon. Ik hoor hem de trap op lopen naar zijn appartement, tegenover dat van mij, en ik weet dat ik even moet wachten voordat ik naar binnen ga. Hij klinkt anders dan anders, er is iets. Ik ga op de bovenste trede zitten en hoor hem neuriën terwijl hij onderweg zijn post oppikt.

“Ha Freek!” zegt hij verrast als hij boven komt.
“Je hebt nieuwe schoenen,” zeg ik.
“Ja,” zegt hij en kijkt even omlaag, “maar belangrijker: ik heb mijn grote liefde gevonden.”
Hij gaat naast me op de trap zitten en zucht en glundert.
“Vertel,” zeg ik.
“Tja, wie had dat gedacht? Op mijn achtendertigste, met carnaval.”
Ik lach.
“Ik weet niet wat me overkomt, Freek. Het is zo bizar. Ik zag haar staan en ik wist het meteen. Ik liep op haar af en kon haar alleen maar aankijken. En zij keek terug. Na een minuut zei ze ‘ik heb een vriend.’ Ik zei ‘oh shit’ of zo. Maar toen zei ze dat dat wel goed zou komen.‘
“Jemig, en toen?” vraag ik.
“Nou, inmiddels logeert ze bij een goede vriendin en binnenkort hebben we onze eerste officiële date,” zegt hij stralend.
“Denk je dat zij het is voor jou? De ware?”
“Dat denk ik niet, dat weet ik. Vraag me niet waarom, maar dat weet ik echt zeker.”
“Ga je kinderen met haar krijgen?” vraag ik, aannemend dat de logica wel overboord mag.
“Dat lijkt me niet. Ze is tweeënveertig. Maar wie weet, er gebeurt wel meer geks de laatste tijd.”
Ik lach weer.
“Serieus, Freek, weet je wat dit betekent? Het bestaat! Liefde op het eerste gezicht bestáát.”
“Nou,” sus ik, “ho eens even. Ik ben heel blij voor je. Echt. Maar je moet een beetje realistisch blijven. Ten eerste is het niet omdat het jou overkomen is, dat iedereen er heel zijn leven op moet wachten, omdat jij het bestaan hebt bewezen. En ten tweede wil ik even afwachten hoe het over een half jaar is.”
“En ik maar denken dat jij een romanticus bent,” lacht hij. Ik krijg een dikke knuffel van hem voordat hij fluitend zijn appartement in wandelt.

“Wacht maar,” denk ik terwijl ik mijn sleutel tevoorschijn haal, “eerst zien, dan geloven.” Maar als de deur achter me in het slot valt, ik de reclame voor een uitvaartverzekering in de papierbak gooi en neerkijk op de slogan 'u wilt uw partner toch ook niet met onmogelijke keuzes achterlaten?', houdt de cynicus in mij eindelijk zijn mond. “Ik wil ook wat hij heeft,” zegt mijn hart zachtjes en dat brengt me met een klap terug in de tijd. Ik zie mezelf weer voor de etalage van de Jamin staan, tien jaar oud, terwijl binnen een jongetje een kilozak snoep afrekent.

Er zit niks anders op. Ik pak mijn tas en mijn fietssleutels. Op naar Jamin!


woensdag 22 februari 2012

Terwijl de wereld doordraait

Whitney Houston is dood. ‘As the world turns’ is gestopt. Een tijdperk is ten einde.

Ze was mijn eerste vinyl; een magisch zwart schijfje van de mooiste zwarte vrouw die ik ooit had gezien. Een schijfje waarop ik de naald altijd heel voorzichtig liet zakken, alsof ik wist dat achter die onaantastbare stem een intense kwetsbaarheid schuil ging. Vijf keer ben ik als Whitney Houston verkleed gegaan met Carnaval. Er wilde altijd wel iemand met me dansen.

Ik weet zeker dat Whitney naar ‘As the world turns’ keek. Misschien was het voor haar ook vaste prik na school. Zat ze net als ik, met moederlief, een kop thee en een pennywafel, mee te leven met het wel en wee in Oakdale.

Ik las ooit dat soapseries grote maatschappelijke waarde hebben. Niet alleen wordt een favoriete soap voor sommige kijkers een surrogaat-familie, het schijnt dat soaps een belangrijke educatieve functie hebben. Op scholen wordt nog steeds zelden aandacht besteed aan intermenselijke communicatie. Soaps daarentegen doen niets anders dan communicatieve successen en flops tonen. Waar in veel managementtrainingen met rollenspelen wordt geoefend, is in soaps elke avond opnieuw te zien wat het effect is van slecht gegeven feedback, achterbaks geroddel en ongevraagd advies. Maar ook hoe je een ruzie beëindigt, iemand ten huwelijk vraagt of iemand op zijn sterfbed gedag zegt. Een persoonlijke les die ik in vrijwel elke soap kon oppikken: je kunt na een rake opmerking ook wegwandelen. Ik ben opgegroeid met de gewoonte om elk meningsverschil uit te discussiëren. Tot consensus. Of op zijn minst tot een narrig ‘agree to disagree’. Het is uitermate vermoeiend om bij elke opmerking het tegenargument af te wachten en vervolgens de repliek daarop te formuleren. In ‘As the world turns’ vertrekken personages geregeld na het geven van hun visie. De onbetwiste koningin daarvan was Lucinda: de pittige zakenvrouw die haar imperium nogal manipulatief aanstuurde, maar het wel reuze naar haar zin had in haar eentje. Een rolmodel voor singles. En ondanks alle roldoorbrekende patronen in de serie, gaat juist Lucinda in de allerlaatste aflevering voor de bijl voor John. Wat een bittere pil.

Ik ga op zoek. Op zoek naar een nieuwe ‘Whitney’, een nieuwe ‘As the world turns’ en een nieuwe ‘Lucinda’. En ik ga gauw weglopen voordat iemand er iets van zegt.


maandag 13 februari 2012

Bikinistress

Ik ga binnenkort een weekje skiën. Hoera. Het hotel waar we heen gaan, heeft een wellness centrum. Hoera. Met een zwembad, bubbelbad, stoombad en sauna. Hoera. Ik heb een nieuwe bikini nodig. Kut.

Ik ben er goed in geworden om optimale omstandigheden te creëren voor de verschrikkelijkste shoppingexpeditie die er bestaat. De barre tocht naar een nieuwe bikini voltrekt zich tegenwoordig thuis. Geen gekluun meer tussen rekken en paskamers; lang leve het internet. Het geheim zit hem vervolgens in de juiste voorbereiding. Een zonnebankje om het ergste wit eraf te halen, een zorgvuldige scheerbeurt, geurige bodylotion en de juiste setting: een fijne spiegel, gedimd licht en alle glossy’s met topmodellen uit zicht.

Ik weet het drama dus aardig te beperken, wijs geworden door mijn eigen portie schade en schande in Rio de Janeiro vijf jaar geleden. Ik was op vakantie in het, zo was mij verzekerd, ultieme bikiniparadijs. En inderdaad, de stranden lagen vol met de prachtigste lijven in veelkleurige badmode. Hoewel de dames zelden boven de 1m65 uitkwamen, waren er genoeg  voluptueuze beauty's die zich trots in parmantige driehoekjes hulden. Er moest in dit land dus beslist een maatje 40/42 te krijgen zijn. Opgetogen dook ik een grote bikinishop in, waar twee goedlachse dames me een stapel meegaven de paskamer in. De topjes zaten prima, de een nog mooier dan de ander, maar met de broekjes had ik steeds hetzelfde probleem. Ik vroeg met handen en voeten een grotere maat. De dames glimlachten. Ik vroeg een nog grotere maat. De dames giechelden. Ik vroeg de grootste maat. De dames schudden lachend hun hoofd. ‘Kom eens uit die paskamer,’ gebaarden ze. Ik trok aarzelend het gordijn open en draaide ze mijn rug toe om het probleem te laten zien. “Perfeto,” riepen ze, terwijl het broekje nog geen kwart van mijn billen bedekte. Ik trok aan de stof om te laten zien wat ik wilde: mijn billen IN het broekje of op zijn minst een onzichtbare bilspleet. De dames keken elkaar verbluft aan. “Why?” riepen ze uit, terwijl ze met hun handen mijn billen vastpakten. “Beautifoel!” vonden ze. Maar ik keek ontsteld naar de spiegel waarin twee zelfverzekerde godinnen mijn witte puddingbillen lieten dansen. Overduidelijk uit de maat.

Sindsdien heb ik niet alleen een issue met bikini’s, maar ook met Braziliaanse vrouwen. Jaloers ben ik. Op hun bruine ronde achterwerken natuurlijk, maar vooral op hun relatie met hun lijf; hun trots, hun zelfvertrouwen, hun onbezorgdheid. Gelukkig kunnen ze zelden skiën.


woensdag 8 februari 2012

Blauwtje

Ik sta op Schiphol tussen de collega’s van Carien. Ze heeft onverwacht een avond in Amsterdam, omdat haar vlucht naar Rome is geannuleerd, en dus gaan we straks samen naar de bioscoop. Om het winterse weer te vieren hebben we 'Nova Zembla' uitgekozen. Carien gaat haar koffer ophalen en ik kijk eens goed rond in het bemanningencentrum. Ik zie een pinautomaat waar dollars uitkomen, een wand vol postvakken, een balie met pasjesscanners en heel veel blauw op straat. Carien komt al kletsend met een steward terug en stelt me voor aan deze goed-gebouwde en goed-verzorgde Joost. Mooie ogen, lekker gebruind, net iets te lange bakkebaarden en, precies zoals je bij een steward verwacht, één hand parmantig in zijn zij, de ander op zijn trolley. “Wie is deze schoonheid, darling?” vraagt Joost met een knipoog. Carien knuffelt me en noemt me haar liefste vriendin, die overal voor in is, ook al is ze de slimste advocaat van Nederland. Ik lach. Joost blijkt in zijn vrije tijd rechten te studeren, in Utrecht. We wisselen onze favoriete restaurants uit en roemen de mosselen van Oudaen. Carien glimlacht. “Darlings,” zegt ze, “ik moet even mijn uniform laten fixen, ben binnen een half uur terug. Houden jullie elkaar gezelschap?”

Joost legt een arm om me heen en neemt me mee richting Starbucks. Wachtend in de rij strijkt hij een pluk haar achter mijn oor. Hij kijkt me aandachtig aan en zegt: “Weet je wat jou ook goed zou staan? Een pony!” “Ja,” knik ik terwijl ik zijn kraag recht leg, “dat moet ik misschien eens proberen.”

Eenmaal aan de koffie vertelt hij de prachtigste vliegverhalen en zijn humor doet me een beetje aan mijn broertje denken. Ik denk dat ik eindelijk een GBF heb!!! Het werd ook tijd. Hebben niet alle succesvolle vrouwen een Gay Best Friend? “Ik ga vrijdagmiddag shoppen,” zeg ik, “heb je zin om mee te gaan?” Joost kijkt bedenkelijk. “Kijk maar, hoor,” zeg ik, “je bent natuurlijk net terug uit Bonaire. Bel me maar als je zin hebt.” Ik geef hem mijn nummer. Dan buigt hij naar me toe en geeft me een kus op mijn mond. Wat schattig. We hebben echt een klik. Ik kijk hem vrolijk aan. Dan kust hij me weer en voordat ik iets kan doen of zeggen voel ik zijn tong naar binnen schieten.

Die avond, tijdens de voorfilmpjes van Nova Zembla, legt Carien me lachend uit dat maar 30% van alle stewards homo is. “En de heterostewards hebben net zo’n mannelijk ego als de rest van Nederland. Dus de kans dat Joost je nog gaat bellen is niet zo groot. Darling.”