woensdag 28 maart 2012

Pistenbully

Terwijl in Nederland het voorjaar zich niet langer laat ontkennen, stap ik in de trein naar Schiphol voor mijn wintersportbestemming. Met zes meiden gaan we, naar het beroemde gebied ‘Portes du Soleil’. Janine heeft het allemaal uitgezocht, ik hobbel heerlijk achter haar aan.

Eenmaal in het skigebied regelen we alle essentiële benodigdheden: we pinnen, we halen chocoladecroissants, we kopen witte wijn en kaasjes in en schaffen nieuwe zonnebrillen aan. Op het nippertje denken we er aan om onze ski’s op te halen en onze skiles te boeken; twee uurtjes les in twee dagen tijd om onze techniek een beetje bij te spijkeren. We krijgen te horen dat we pas overmorgen terecht kunnen bij een lerares genaamd ‘Aurélie’. Na een dag terras-hoppen kopen we een zonnebrandcreme met een hogere factor en melden we ons om tien uur ’s morgens bij Aurélie. Maar die blijkt ziek. En zij wordt vervangen door ene Antoine, die ons uitnodigt zijn naam uit te spreken als Tony. Glimlachend zegt Carien dat ze zijn naam wel zal uitspreken als ‘jezus-wat-een-lekker-ding’. Dat verstaat Tony niet maar hij antwoordt evengoed met een onweerstaanbare twinkeling in zijn ogen. Een uur lang skiën we achter hem aan en verdelen we onze aandacht over zijn nuttige aanwijzingen en fijne billen. Tony houdt professioneel afstand van ons gegiechel en focust zich telkens weer op onze skihouding. Op Cariens vraag wat hij vanavond doet, gaat hij niet in. “A demain,” zegt hij vrolijk aan het eind van het lesuur en er zit inderdaad niets anders op dan de tweede les af te wachten. Volgens Carien is hij geïnteresseerd in mij. Volgens mij is hij geïnteresseerd in skiën. Maar in de tweede les begint toch een sprankje hoop te ontluiken. Twee keer zet hij zijn zonnebril af om iets tegen me te zeggen. Eén keer raakt hij me langer aan dan nodig is. ’s Middags op het terras halen Janine en Carien me over. “Boek een privélesje bij hem,” zeggen ze. Ik haal mijn schouders op. We zien een beginnende snowboarder voorbij komen die half over zijn leraar heen hangt. Ik lach en wijs naar de hulpbehoevende beginner: “zou Tony ook snowboardles geven?” Carien vindt me briljant, Janine belt direct met de skischool en 10 minuten later heeft ze mijn eerste snowboardles bij Tony geboekt voor de volgende dag.

Om 10 uur sta ik paraat met een coole helm en een glimmend board. Ik hoor achter me iemand “Frederique?” roepen en kijk om, op zoek naar Tony die me natuurlijk niet herkent met helm. Maar geen Tony te bekennen. Dan zie ik een grote struise vrouw met bloempotkapsel naar me zwaaien. “Frederique?” herhaalt ze. Dan begint het me te dagen. “Aurélie?” vraag ik aarzelend. Ze knikt en knijpt zonder glimlachen mijn hand fijn. Het komende uur hang ik over, op, tegen en aan een dikke, potige kenau. Fantastisch.


maandag 12 maart 2012

Oude liefde roest ook

Drie weken geleden kreeg ik via LinkedIn een mail. Afzender: Olav Zuiderwal. Ineens stond een oude, bijna vergeten naam tussen die van collega’s, clienten en vage zakelijke contacten. Meteen kwam het allemaal terug.

Op mijn middelbare school was Olav de held. Alle meisjes waren verliefd op hem. Alle jongens wilden hem zijn. Hij was al vroeg in zijn middelbare-schoolloopbaan blijven zitten. Niet omdat hij dom was, maar omdat hij school vooral leuk vond vanwege de gezelligheid en niet van plan leek om ook maar één minuut van zijn jeugd te verspillen aan huiswerk. Liever drumde hij. Thuis op zijn drumstel, op school op zijn knieën, op de tafel, op een boek of iets anders dat voorhanden was. Beleefd en sympathiek, liepen ook de leraren met hem weg. “Als je nou maar af en toe studeerde,” verzuchtten die regelmatig. Waarop Olav glimlachte en nog een partijtje drumde. In de vierde belandde hij bij mij in de klas. Het maakte school stukken interessanter. Aan het eind van de vijfde bleef hij weer zitten en had ik mijn kans gemist. Het meest romantische dat we hadden gedeeld, was een moment waarop ik hem in de weg stond en hij me, met zijn hand op mijn schouder, een beetje opzij schoof. Ik voelde die hand nog weken op mijn schouder branden. Toen ik mijn tweede jaar op de universiteit in ging, zag ik hem ineens lopen. “Je hebt je diploma gehaald!” flapte ik eruit. Hij keek op en fronste. Keek nog een keer en zei toen “Jemig, Freek, ik had je bijna niet herkend, wat zie je er fantastisch uit.” Het ongelooflijke gebeurde; Olav Zuiderwal maakte werk van me. Drie maanden lang, tot ik het eindelijk uit maakte met mijn jeugdliefde. Twee maanden later dumpte hij me weer, totaal onverwacht. Blijkbaar was de jacht leuker dan de vangst.

En nu, dertien jaar later, hebben we afgesproken iets te gaan drinken in Utrecht. Waar we beiden blijken te wonen. Ik stap de kroeg binnen en zie hem direct. Waarom is hij niet gewoon kaal geworden? Of dik. Of beiden. Hij is zelf ook onder de indruk “Je bent helemaal niets veranderd, Freek, hoe kan dat?” We wisselen de basics uit en dan hoor ik het. “We wonen hier om de hoek,” zegt hij. Mijn alarmbellen gaan af. Ze gaan volgend jaar trouwen, vertelt hij. Ik vraag me af welke vrouw deze man heeft weten te strikken. Maar twee uur en drie wijntjes later biecht hij op dat hij wel eens twijfelt. Ik stel hem gerust dat we allemaal wel eens twijfelen, maar dan wil hij me iets vertellen. Over vroeger. Over waarom hij het uit maakte destijds. Ik protesteer: “We waren jong, het is lang geleden, laat maar, het is goed, joh.” Maar hij moet het kwijt. “Nee, echt, ik wil het vertellen. Freek, ik kon het niet aan. Je kwam zo dichtbij. Het was zo heftig tussen ons. Ik kon dat gewoon nog niet aan.”

Die avond besluit ik, met behulp van al mijn aanwezige wilskracht, dat oude liefde wél roest. Zelfs als je dat aan de buitenkant niet meteen kunt zien. Levensgevaarlijk.


maandag 5 maart 2012

Universele bestelservice

Ik ben met mijn collega’s in een centrum voor bezieling en bezinning. Westhoek heeft een bizar bedrijfsuitje bedacht om in deze tijden van financiële crisis ons contact met onszelf te versterken. Na een biologisch ontbijt van lokaal fruit en boerenyoghurt, wandel ik met mijn collega’s een grote ronde zaal binnen waar yogamatten liggen. Dan komen er twee yogaleraren op blote voeten binnen. Ze gaan voor de groep staan, vouwen hun handen en knikken vriendelijk naar ons. Ze zeggen niets, maar gaan zitten en sluiten hun ogen. Na een half uur met af en toe gekuch, gehoest en onderdrukt gegiechel, zeggen ze ineens “Goedemorgen!” Dan moeten we onszelf voorstellen en leggen ze uit dat ze de hele ochtend met ons zullen oefenen en mediteren. Het wordt een ochtend vol onmogelijke houdingen en zweverige aanmoedigingen. Tijdens een van de oefeningen hoor ik ineens een enorme scheet, waarop ik heel zen de slappe lach krijg. De leraar legt uit dat het heel gebruikelijk is dat er dingen loskomen bij yoga: gewrichten, emoties en ook gas. Ik proest, de leraar fronst geïrriteerd. Tijdens een meditatie-oefening kan ik mijn ogen niet afhouden van Cremers die verwoed met zijn blackberrie zwaait, wanhopig op zoek naar bereik. Ook hij krijgt een boze blik.  

Aan het eind van de lunchpauze komt de yogalerares naast me zitten.
   “Dus jij bent single, Frederique?”
   “Eh, ja, dat klopt,” zeg ik met mijn mond vol.
   “Is dat ook wat je wilt?” vraagt ze.
   Ik stop met kauwen en kijk haar aan.
   “Ja, sorry, dat lijkt misschien een gekke vraag, maar ik voel zoveel onrustige energie bij jou.”
   “Oh,” zeg ik.
   “Ja, alsof jij denkt dat met een partner alles beter zou zijn.”
   “Nou, die illusie heb ik niet, hoor. Single zijn heeft voor- en nadelen. Een relatie ook. Alleen is afwisseling soms wel prettig. Heb je weer eens andere nadelen,” lach ik, terwijl ik opsta voor de boswandeling van de middag.
   De yogalerares pakt mijn arm en kijkt me indringend aan. “Je moet echt opletten, Frederique, in je communicatie met het universum. In feite vraag je nu om nadelen. Zorg wel dat je de juiste dingen bestelt.”

   “Geloof jij dat?” vraagt Carien die avond aan mij.
   “Wat? Dat ik die leuke man bij het universum moet bestellen?” lach ik. “Nee, natuurlijk niet... Maar ik kan het natuurlijk wel een keer proberen. Gewoon voor de zekerheid.”
   “Hmm,” zegt Carien, “ik zou eerst de retourpolicy even checken.”
   “Of je hem wel terug kunt sturen, bedoel je?” vraag ik.
   “Precies, en of ze dan retourcode 3 van de H&M wel accepteren,” zegt Carien.
   “Retourcode 3?” vraag ik.
   “Voldoet niet aan de verwachtingen!” schatert ze.