maandag 12 maart 2012

Oude liefde roest ook

Drie weken geleden kreeg ik via LinkedIn een mail. Afzender: Olav Zuiderwal. Ineens stond een oude, bijna vergeten naam tussen die van collega’s, clienten en vage zakelijke contacten. Meteen kwam het allemaal terug.

Op mijn middelbare school was Olav de held. Alle meisjes waren verliefd op hem. Alle jongens wilden hem zijn. Hij was al vroeg in zijn middelbare-schoolloopbaan blijven zitten. Niet omdat hij dom was, maar omdat hij school vooral leuk vond vanwege de gezelligheid en niet van plan leek om ook maar één minuut van zijn jeugd te verspillen aan huiswerk. Liever drumde hij. Thuis op zijn drumstel, op school op zijn knieën, op de tafel, op een boek of iets anders dat voorhanden was. Beleefd en sympathiek, liepen ook de leraren met hem weg. “Als je nou maar af en toe studeerde,” verzuchtten die regelmatig. Waarop Olav glimlachte en nog een partijtje drumde. In de vierde belandde hij bij mij in de klas. Het maakte school stukken interessanter. Aan het eind van de vijfde bleef hij weer zitten en had ik mijn kans gemist. Het meest romantische dat we hadden gedeeld, was een moment waarop ik hem in de weg stond en hij me, met zijn hand op mijn schouder, een beetje opzij schoof. Ik voelde die hand nog weken op mijn schouder branden. Toen ik mijn tweede jaar op de universiteit in ging, zag ik hem ineens lopen. “Je hebt je diploma gehaald!” flapte ik eruit. Hij keek op en fronste. Keek nog een keer en zei toen “Jemig, Freek, ik had je bijna niet herkend, wat zie je er fantastisch uit.” Het ongelooflijke gebeurde; Olav Zuiderwal maakte werk van me. Drie maanden lang, tot ik het eindelijk uit maakte met mijn jeugdliefde. Twee maanden later dumpte hij me weer, totaal onverwacht. Blijkbaar was de jacht leuker dan de vangst.

En nu, dertien jaar later, hebben we afgesproken iets te gaan drinken in Utrecht. Waar we beiden blijken te wonen. Ik stap de kroeg binnen en zie hem direct. Waarom is hij niet gewoon kaal geworden? Of dik. Of beiden. Hij is zelf ook onder de indruk “Je bent helemaal niets veranderd, Freek, hoe kan dat?” We wisselen de basics uit en dan hoor ik het. “We wonen hier om de hoek,” zegt hij. Mijn alarmbellen gaan af. Ze gaan volgend jaar trouwen, vertelt hij. Ik vraag me af welke vrouw deze man heeft weten te strikken. Maar twee uur en drie wijntjes later biecht hij op dat hij wel eens twijfelt. Ik stel hem gerust dat we allemaal wel eens twijfelen, maar dan wil hij me iets vertellen. Over vroeger. Over waarom hij het uit maakte destijds. Ik protesteer: “We waren jong, het is lang geleden, laat maar, het is goed, joh.” Maar hij moet het kwijt. “Nee, echt, ik wil het vertellen. Freek, ik kon het niet aan. Je kwam zo dichtbij. Het was zo heftig tussen ons. Ik kon dat gewoon nog niet aan.”

Die avond besluit ik, met behulp van al mijn aanwezige wilskracht, dat oude liefde wél roest. Zelfs als je dat aan de buitenkant niet meteen kunt zien. Levensgevaarlijk.