dinsdag 24 april 2012

It's lonely at the top

Het is zondagmiddag en we staan een borrel te drinken in de serre van Hannah en Koen in Den Haag. “Hoe was het?”, vraagt Carien over hun week in Frankrijk.
“Top,” zegt Koen.
“Ja, en lekker sportief,” zegt Hannah.
“Oh ja?” vraag ik. “Getennist?”
“Nee, gefietst,” zegt Hannah, “en behoorlijk ook”.
“Gefietst? Ik wist niet dat jij zo’n fietser was, joh,” zegt Carien.
Hannah en Koen kijken elkaar aan.
“Ik ga even de hond uitlaten, ok?” zegt Koen.
“De hond???” vraag ik verbaasd.
“Eh, nee, die hebben we niet,” zegt Koen, “nou, dan ga ik even sigaretten halen of zo.”

“Luister en huiver,” lacht Hannah, “Koen wilde perse Alpe d’Huez op fietsen, dat riep hij al weken. Maar op de dag zelf voelde ik me niet fit en voor mij hoefde het sowieso allemaal niet zo, dus besloot ik niet mee te gaan. Maar hij wilde er niks van weten. Ik moest en zou mee die berg op. En ineens wist ik het: hij gaat me natuurlijk boven op dat ding ten huwelijk vragen.”

Opgewonden knikken we naar Hannah. Ik spiek even naar haar ringvinger.

“Dus wij beginnen aan die klim, maar godver, pittig, hoor. Echt, ik was op een kwart al bekaf. En Koen maar aanmoedigen. ‘Kom op nou.’ ‘Dit doe je maar één keer.’ ‘Ik zie de finish al.’ Dus ik fietsen, tong op mijn stuur, snot voor mijn ogen, je snapt het wel. Een paar honderd meter voor de top zegt hij ‘Ik ga vast vooruit, schat, het is nu niet ver meer, zet hem op.’ Ik snap dat hij wat voorbereidingstijd nodig heeft, dus ik zet mijn allerlaatste reserves in en duw mijn uitgeputte lijf langzaam verder omhoog.”

Hannah neemt een slok van haar wijn. Koen kijkt naar zijn tenen.

“Ik ga hijgend de laatste bocht in, alles doet pijn, maar ik hou het doel voor ogen. En dan zie ik ineens dat Koen me tegemoet komt, omlaag. ‘Kom op, schatje, het is echt nog maar 50 meter,’ roept hij. ‘Ik heb al een foto gemaakt. Doe je rustig aan naar beneden? Tot zo!’ En weg is hij.”

Ik kijk Hannah met open mond aan.
“Niks huwelijksaanzoek?”
“Niks huwelijksaanzoek!” zegt ze, “alleen die kutberg.”

Carien begint onbedaarlijk te lachen. “Wat een lompe lul ben jij!” zegt ze, terwijl Hannah hem een klap op zijn hoofd geeft.
“Maar trouwen is toch enorm achterhaald?” verdedigt Koen ineengekrompen.
“Jazeker, Koen,” zegt Carien, “net als een berg op fietsen eigenlijk, hè, achterhaald, zinloos en best gevaarlijk zonder helm.”


dinsdag 17 april 2012

Scharrelliefde

Collega Valerie is verliefd. Dat weet inmiddels iedereen op kantoor, behalve Valerie zelf. Die beweert bij hoog en laag dat ze gewoon een beetje scharrelt. Nu kennen wij Valerie al een tijdje en ze heeft heel wat afgescharreld, maar deze keer is het anders. Ze is naar de kapper geweest, heeft een nieuw geurtje en gaat eerder naar huis om voor hem te koken. Normaal wordt niemand in haar privé-heiligdom uitgenodigd; het is al een gunstig teken als ze in haar favoriete kroeg afspreekt. Vandaag heb ik een lunchafspraak met haar ingepland; ik wil nu eindelijk alles over hem weten.

We bestellen onze broodjes, kletsen over van alles en nog wat en dan begin ik er subtiel over.
“Val, vertel nou eens over die date van je. Hoe heet hij eigenlijk?”
Valerie kijkt me aarzelend aan en gaat ongemakkelijk verzitten. Wat is er toch?
“Luister, meis, deze vent betekent duidelijk iets voor je. Dat is toch fantastisch? Dat willen we toch allemaal? Scharrelen is leuk, maar een grote liefde is waar we uiteindelijk op hopen, toch?”
Valerie is nog steeds stil.

“Of is er iets met hem?” vraag ik ongerust. “Hij is toch geen engerd? Of getrouwd? Of homo?”
Valerie zucht. “Nee, er is niks met hem, Freek, hij is echt geweldig. En nu wil hij een relatie met me.”
“Oh super!” zeg ik en pak mijn glas om te proosten.
Valerie slikt en ik zie haar ogen vollopen. Ik leg verbaasd een hand op haar arm, terwijl een dikke traan over haar wang loopt.
“Ik ben niet eens aan de huisdier-fase toegekomen,” zegt ze terwijl ze haar wang droogveegt.
“De huisdier-fase? Waar heb je het over, Val?” vraag ik.
“Nou, dat je eerst voor een plant moet kunnen zorgen, dan voor een huisdier en dan pas een relatie aankunt.”
“Huh? Wat is dat voor onzin?” vraag ik.
“Dat is geen onzin, dat zijn de regels bij de AA, de anonieme alcoholisten,” legt ze uit.
“Oh, sorry, ik wist niet dat je een drankprobleem had,” zeg ik bedremmeld.
“Welnee, Freek, ik heb geen drankprobleem, maar ik heb dat ooit gelezen en me toen gerealiseerd dat ik  nog nooit een plant in leven heb weten te houden.”
“Schat toch,” zeg ik.
We zijn even samen stil.

“Wist je,” zeg ik dan, “dat Ikea echt hele leuke nepplantjes heeft?”
Valerie moet lachen.
“Serieus, Val, wat weet die AA er nou van? Sinds wanneer luister je naar een club die bij de eerste letter van het alfabet is blijven hangen? Nou, hup, vertel eens over die geweldige vent van je.”
“Ok, ok. Hij heet Arjan en is biologieleraar,” zegt ze glimlachend.
“Nou, dat lijkt me dan een uitgemaakte zaak!” zeg ik vrolijk.
“Jij bent snel verkocht,” zegt ze.
“In dit geval wel,” zeg ik met mijn glas opnieuw uitnodigend omhoog, “als er iémand iets van planten en huisdieren weet...”

Terug op kantoor met een aanmerkelijk opgewektere Valerie, zet ik een extra alarm in mijn telefoon: ‘tweewekelijks mijn ficus water geven’. En voor aanstaande zaterdag: ‘nieuwe ficus kopen’.


woensdag 11 april 2012

Preventief botoxen

Ik zit op een terras in Parijs aan een mousserende witte wijn. Bij gebrek aan romantiek, moet het maar even volstaan: een weekend met collega’s in de stad der liefde. Ons kantoor heeft de derde opdracht binnen gehaald van een client met een Franse vestiging en het land begint dus zowaar een interessante markt voor ons te worden. Mij hoor je niet klagen op het Place du Tertre met een avondje Moulin Rouge in het vooruitzicht. Martin heeft mij en twee andere collega’s meegevraagd naar de wereldberoemde dansshow. Hoera.

Nou ja, hoera? Ik kijk die avond mijn ogen uit; overal veren, glitters, hoge hoeden, hoge hakken, netkousen en prachtige niemendalletjes. Maar ik zie ook groen van jaloezie; tientallen lenige en elegante danseressen in zilveren strings geven een oogverblindend visitekaartje af van het fenomeen ‘vrouw zoals vrouw bedoeld is’. Ik zucht. Collega Martin grijnst.

In de foyer drinken we na afloop een wijntje. Martin heeft er afgesproken met een vriendin van hem die hier werkt. Ze is geen danseres, heeft hij beloofd, maar gastvrouw. Evengoed schrik ik van de adembenemend mooie dame die glimlachend op ons af komt en zich voorstelt als Estelle. Vroeger heette ze Astrid, lacht ze. Dan bestelt ze nog meer wijn voor ons, wijst op een beveiliger bij de deur, knipoogt naar hem en vertrouwt mij toe dat ze hem leuk vindt, ook al is hij getrouwd. Een kwartier later wisselen we onze favoriete desserts uit en ontdekken we dat we beiden fan zijn van de televisieserie ‘Californication’.


Dan kijkt ze me onderzoekend aan en vraagt: “Wat heb jij laten doen?”
Ik snap haar vraag niet: “Laten doen?”
“Nou gewoon, aan je lijf of je gezicht?”
“Huh?”
“Joh, niet zo geheimzinnig, dat is echt geen taboe meer, hoor. Ik heb zelf een rimpel hier laten wegspuiten, mijn lippen laten bijvullen en vet bij mijn knieën laten wegzuigen. En botox natuurlijk. Mijn plastisch chirurg zegt dat ik langzaamaan over mijn billen moet gaan nadenken.”

Estelle neemt een slokje van haar wijn.
Ik kan haar alleen maar aanstaren.
“Heb jij echt niks laten doen, Frederique? Nou, meid, dan heb je je genen mee. Maar pas op, je weet het, hè? Op tijd beginnen! Als je niet preventief met botox begint voor je vijfendertigste, lieverd, dan is er straks geen houden meer aan.”

Ik verslik me in mijn wijn.
“Gaat het, Freek?” vraagt Estelle bezorgd.
“Ja hoor,” gorgel ik.
“Anders geef ik je meteen het adres van mijn logopedist. Verslikken is vaak het eerste teken van verslapping, wist je dat?”


woensdag 4 april 2012

Rokjesdag

Ik kijk bezorgd in de spiegel en constateer twee problemen. Plus die frons. Maar als de eerste twee problemen zijn opgelost, is de frons ook verdwenen waarschijnlijk. Hopelijk.

De twee problemen luiden als volgt:
1.     Mijn garderobe is niet klaar voor rokjesdag
2.     Mijn lijf is niet klaar voor rokjesdag

Gelukkig is het na een paar zonnige dagen weer herfstig koud geworden en is slechts een enkeling al in een rokje zonder panty verschenen. Maar de beroemde eerste lentedag komt onherroepelijk dichterbij.

Als ik zondagmiddag in de kroeg een warme chocolademelk bestel, met slagroom uiteraard, krijg ik een opgetrokken wenkbrouw van mijn broer Dennis. Hij is al heel zijn leven gruwelijk in shape en walgelijk in trek bij de dames, dus op veel inlevingsvermogen hoef ik niet te rekenen, maar toch heb ik zojuist mijn beklag gedaan over de toestand van mijn garderobe en mijn lijf in relatie tot de naderende rokjesdag.

“Voor mij hoef je die slagroom niet te laten staan, Freek,” zegt broerlief, “maar dan moet je ook niet klagen over je figuur.” Ik kijk schuldbewust naar de witte berg die in mijn donkerbruine mok drijft. Er zit een beetje cacao op, precies zoals het hoort. “Óf je hebt een probleem en je doet er iets aan,” gaat Dennis streng verder, “óf je hebt geen probleem en je klaagt dus ook niet.” “Ik klaag niet,” zeg ik en neem een grote hap van mijn slagroomberg. “Lekker?” vraagt hij. Ik glunder. “Wat zou een nieuw suede rokje kosten?” vraag ik. Dennis haalt zijn schouders op. “Gewoon doen,” zegt hij. Ik knik. “Wat zouden nieuwe laarzen kosten?” vraag ik. “Ook doen,” zegt hij, “net als een nieuwe tas en een nieuw jack.” “Hmmm,” peins ik. “En nieuw haar?” “Nou,” lacht hij, “dat is helemaal makkelijk: nog geen 100 euro inclusief hoofdmassage.” Ik steek nog een hap slagroom in mijn mond. Dennis’ blik dwaalt af naar een vrouw aan de bar. Ze staat met haar rug naar ons toe in een wollen rokje met fantastische rode laarzen eronder. Ik schat dat ze maatje 34 heeft. “En wat zou een nieuwe kont kosten?” vraag ik pruilend aan mijn broer. Hij lacht, kijkt me indingend aan en zegt: “Dat hoeft je geen cent te kosten, Freek.” Ik kijk verbaasd op. Hij schuift mijn chocomel weg en zegt beslist: “Maximaal 240 uur dwangarbeid, lieverd, meer niet.”