woensdag 4 april 2012

Rokjesdag

Ik kijk bezorgd in de spiegel en constateer twee problemen. Plus die frons. Maar als de eerste twee problemen zijn opgelost, is de frons ook verdwenen waarschijnlijk. Hopelijk.

De twee problemen luiden als volgt:
1.     Mijn garderobe is niet klaar voor rokjesdag
2.     Mijn lijf is niet klaar voor rokjesdag

Gelukkig is het na een paar zonnige dagen weer herfstig koud geworden en is slechts een enkeling al in een rokje zonder panty verschenen. Maar de beroemde eerste lentedag komt onherroepelijk dichterbij.

Als ik zondagmiddag in de kroeg een warme chocolademelk bestel, met slagroom uiteraard, krijg ik een opgetrokken wenkbrouw van mijn broer Dennis. Hij is al heel zijn leven gruwelijk in shape en walgelijk in trek bij de dames, dus op veel inlevingsvermogen hoef ik niet te rekenen, maar toch heb ik zojuist mijn beklag gedaan over de toestand van mijn garderobe en mijn lijf in relatie tot de naderende rokjesdag.

“Voor mij hoef je die slagroom niet te laten staan, Freek,” zegt broerlief, “maar dan moet je ook niet klagen over je figuur.” Ik kijk schuldbewust naar de witte berg die in mijn donkerbruine mok drijft. Er zit een beetje cacao op, precies zoals het hoort. “Óf je hebt een probleem en je doet er iets aan,” gaat Dennis streng verder, “óf je hebt geen probleem en je klaagt dus ook niet.” “Ik klaag niet,” zeg ik en neem een grote hap van mijn slagroomberg. “Lekker?” vraagt hij. Ik glunder. “Wat zou een nieuw suede rokje kosten?” vraag ik. Dennis haalt zijn schouders op. “Gewoon doen,” zegt hij. Ik knik. “Wat zouden nieuwe laarzen kosten?” vraag ik. “Ook doen,” zegt hij, “net als een nieuwe tas en een nieuw jack.” “Hmmm,” peins ik. “En nieuw haar?” “Nou,” lacht hij, “dat is helemaal makkelijk: nog geen 100 euro inclusief hoofdmassage.” Ik steek nog een hap slagroom in mijn mond. Dennis’ blik dwaalt af naar een vrouw aan de bar. Ze staat met haar rug naar ons toe in een wollen rokje met fantastische rode laarzen eronder. Ik schat dat ze maatje 34 heeft. “En wat zou een nieuwe kont kosten?” vraag ik pruilend aan mijn broer. Hij lacht, kijkt me indingend aan en zegt: “Dat hoeft je geen cent te kosten, Freek.” Ik kijk verbaasd op. Hij schuift mijn chocomel weg en zegt beslist: “Maximaal 240 uur dwangarbeid, lieverd, meer niet.”