dinsdag 17 april 2012

Scharrelliefde

Collega Valerie is verliefd. Dat weet inmiddels iedereen op kantoor, behalve Valerie zelf. Die beweert bij hoog en laag dat ze gewoon een beetje scharrelt. Nu kennen wij Valerie al een tijdje en ze heeft heel wat afgescharreld, maar deze keer is het anders. Ze is naar de kapper geweest, heeft een nieuw geurtje en gaat eerder naar huis om voor hem te koken. Normaal wordt niemand in haar privé-heiligdom uitgenodigd; het is al een gunstig teken als ze in haar favoriete kroeg afspreekt. Vandaag heb ik een lunchafspraak met haar ingepland; ik wil nu eindelijk alles over hem weten.

We bestellen onze broodjes, kletsen over van alles en nog wat en dan begin ik er subtiel over.
“Val, vertel nou eens over die date van je. Hoe heet hij eigenlijk?”
Valerie kijkt me aarzelend aan en gaat ongemakkelijk verzitten. Wat is er toch?
“Luister, meis, deze vent betekent duidelijk iets voor je. Dat is toch fantastisch? Dat willen we toch allemaal? Scharrelen is leuk, maar een grote liefde is waar we uiteindelijk op hopen, toch?”
Valerie is nog steeds stil.

“Of is er iets met hem?” vraag ik ongerust. “Hij is toch geen engerd? Of getrouwd? Of homo?”
Valerie zucht. “Nee, er is niks met hem, Freek, hij is echt geweldig. En nu wil hij een relatie met me.”
“Oh super!” zeg ik en pak mijn glas om te proosten.
Valerie slikt en ik zie haar ogen vollopen. Ik leg verbaasd een hand op haar arm, terwijl een dikke traan over haar wang loopt.
“Ik ben niet eens aan de huisdier-fase toegekomen,” zegt ze terwijl ze haar wang droogveegt.
“De huisdier-fase? Waar heb je het over, Val?” vraag ik.
“Nou, dat je eerst voor een plant moet kunnen zorgen, dan voor een huisdier en dan pas een relatie aankunt.”
“Huh? Wat is dat voor onzin?” vraag ik.
“Dat is geen onzin, dat zijn de regels bij de AA, de anonieme alcoholisten,” legt ze uit.
“Oh, sorry, ik wist niet dat je een drankprobleem had,” zeg ik bedremmeld.
“Welnee, Freek, ik heb geen drankprobleem, maar ik heb dat ooit gelezen en me toen gerealiseerd dat ik  nog nooit een plant in leven heb weten te houden.”
“Schat toch,” zeg ik.
We zijn even samen stil.

“Wist je,” zeg ik dan, “dat Ikea echt hele leuke nepplantjes heeft?”
Valerie moet lachen.
“Serieus, Val, wat weet die AA er nou van? Sinds wanneer luister je naar een club die bij de eerste letter van het alfabet is blijven hangen? Nou, hup, vertel eens over die geweldige vent van je.”
“Ok, ok. Hij heet Arjan en is biologieleraar,” zegt ze glimlachend.
“Nou, dat lijkt me dan een uitgemaakte zaak!” zeg ik vrolijk.
“Jij bent snel verkocht,” zegt ze.
“In dit geval wel,” zeg ik met mijn glas opnieuw uitnodigend omhoog, “als er iémand iets van planten en huisdieren weet...”

Terug op kantoor met een aanmerkelijk opgewektere Valerie, zet ik een extra alarm in mijn telefoon: ‘tweewekelijks mijn ficus water geven’. En voor aanstaande zaterdag: ‘nieuwe ficus kopen’.