dinsdag 29 mei 2012

Slowdaten

Ik zit bij de kapper en bespreek uitvoerig met Sandra of ik een pony zal nemen of niet. Zij besluit uiteindelijk van wel, maar draagt me op voortaan met zorg mijn scheiding aan te brengen. Alleen dan zal de pony een succes zijn. Ik beloof het haar, sluit mijn ogen en laat Sandra haar werk doen. Er is weinig zo fijn als een paar zachte handen door je haar. Elke lok die ze optilt, valt met een trage streling terug in mijn nek.

Naast mij zit een dame en hoewel ik dat woord graag gebruik als ‘vrouw’ te praktisch klinkt, ‘meisje’ te jong en ‘meid’ te kordaat, doet deze dame de term eer aan. Ze heeft grijswit haar, zit kaarsrecht, draagt een prachtig mantelpak en glimlacht zo wijs en warm dat ik alles van haar zou aannemen.

“Ze hebben zo weinig geduld, de jongedames van nu,” zegt ze tegen haar kapster.

Ik kan het niet helpen, ik moet wel meeluisteren; alsof ze op het punt staat het geheim van het leven te onthullen.

“Een goede kennis van mij bezocht jarenlang op zondagochtend het nabijgelegen Van Der Valk hotel, een van de eerste in Holland; ze dronk er een kop koffie en at een taartje, mede in de hoop een heer te leren kennen.” Ik spits mijn oren. Dit is dating avant-ce-siècle. Dit is single zijn in de jaren vijftig. “Op een dag ontmoette ze inderdaad een bijzonder vriendelijke man. Hij vroeg of ze of ook alleen was en of ze een ommetje met hem wilde maken. Dat wilde ze wel.”

Sandra begint aan mijn pony. Ze is voor me komen staan, tilt mijn hoofd op en haalt haar mes te voorschijn. Ze gaat mijn pony snijden, zegt ze, en vraagt me mijn ogen weer te sluiten. De dame vertelt verder.

“De heer in kwestie bleek zijn ernstig zieke echtgenote te bezoeken die in een verpleeginstelling naast het restaurant woonde. Elke zondag ging hij er op visite, ook al was zij te ziek om hem te herkennen.” De dame pauzeert even en ik hoor haar kapster de schaar wegleggen en de föhn pakken. Niet doen, denk ik, laat mij meekrijgen hoe deze romance uit de vorige eeuw afloopt. “Twee jaar lang wandelden mijn kennis en deze trouwe echtgenoot op zondag samen door het bos, waarna hij zijn vrouw bezocht. Toen overleed de zieke echtgenote. En nu ga ik zodadelijk naar hun katoenen bruiloft.”

De föhn gaat aan en ik glimlach; wat een tragisch verhaal met romantische afloop. Een katoenen bruiloft, dat zal niet vaak meer voorkomen. Hoeveel jaar zou dat zijn? Zestig? Tachtig?

Die avond zet ik mijn haar vast met een speldje –nooit meer een pony voor mij!– en zoek ik het op: volgens Wikipedia is de katoenen bruiloft het éénjarig huwelijksfeest. Dit verhaal speelt zich dus gewoon in het heden af: anno domini 2011! Die Van Der Valk toch; niet alleen kip met appelmoes maar ook romantisch slowdaten voor bejaarden. Goed om alvast te weten.


maandag 21 mei 2012

Prinsessen en draken

“Je hebt toch niet meteen terug gesmst, hè?”
Twee hippe dames zitten met latte macchiato’s op het terras. Het verst bij mij vandaan zit een wit mouwloos bloesje met een grote Gucci-zonnebril. Ik kijk haar vriendin op de rug. Die heeft een gestreept off-shoulder shirt aan op een baggy jeans. Het mouwloze bloesje wiegt de kinderwagen die naast hun tafeltje staat. Af en toe kijkt ze er goedkeurend in, maar nu is haar blik strak gericht op de iPhone van off-shoulder. Die grist het ding van tafel en stopt hem in haar zak.

“Je weet toch dat je nooit meteen terug mag sms’en?” houdt het mouwloze bloesje aan.
Off-shoulder haalt haar schouders op waardoor haar shirt verder afzakt en een mooie Marlies Dekkers zichtbaar maakt.
“Je hebt de 3C-check toch wel al gedaan?” vraagt het mouwloze bloesje indringend.
Stilte.
Het bloesje zucht.

Ik wacht in de zon op mijn client met wie ik een lunchafspraak heb en die net heeft gesmst dat hij iets later is. Wat zou de 3C-check zijn?
“Ik weet dat jij je eigen car – condo - credit card wel regelt, schat, en dat is prachtig, maar niet als je een vent aan de haak wilt slaan. De datingregels zijn er niet voor niks. Mannen willen graag nodig zijn. Onmisbaar zelfs. Ze willen de held uithangen en hun prinsesje redden.”
Het mouwloze bloesje knipt in haar vingers en bestelt een San Pellegrino.
“Jij ook iets?”
Off-shoulder schudt haar hoofd en neemt een hap van haar broodje.
“Waar was ik?” vraagt het bloesje en trommelt met haar vingers op tafel.
Off-shoulder legt een hand op haar hoofd en steekt drie vingers omhoog. Met veel goeie wil is het een kroon.
“Oh ja, de prinsessentheorie,” zegt het mouwloze bloesje, “let op: hoe meer jij je als een heuse prinses opstelt, hoe meer hij zich als held gaat gedragen. En als de ware superheld in hem is ontwaakt, en jij hem voortdurend blijft uitdagen door extra eisen te stellen...” Ze kijkt triomfantelijk op: “dan is hij in de pocket.”

Off-shoulder legt haar bestek neer en gaat verzitten.
“Kan ik hem niet gewoon leuk vinden en dat tegen hem zeggen?” vraagt ze. Ik hoor voor het eerst haar stem; een laag en prettig geluid.
“Ja, duh, natuurlijk kan dat,” zegt het mouwloze bloesje cynisch, “maar kom dan niet bij mij klagen als hij straks verveeld is en jij weer doorverpietert in je eentje. Kijk nou naar mij; dat wil jij toch ook?” Ze kijkt demonstratief naar de kinderwagen.
Off-shoulder is weer stil.

Op de parkeerplaats verderop zie ik mijn client aan komen lopen en ik sta op om hem te begroeten. Ik kom langs het tafeltje van de dames en stoot het mouwloze bloesje aan.
“Mag ik jou een tip geven?” vraag ik.
Ze kijkt verbaasd op en voordat ze kan antwoorden, zeg ik: “Ik hoor hele goeie verhalen over de anti-striae-crême van Biodermal.” Dan wijs ik op haar blote bovenarmen.

Off-shoulder schiet in de lach.
Foei; erg prinses-onwaardig.


donderdag 17 mei 2012

Tweede indruk

Het is een van de weinige zonnige voorjaarsdagen tot nu toe. Zo’n dag waar iedereen naar snakt. Zo’n dag waarop je verliefd hoort te zijn. Op het leven, op het moment, op de heerlijke man aan je zij. Ik kijk tevergeefs naar mijn linker- en rechterzij en spot dan een stelletje dat innig gearmd het hoekje om komt.

“Laat me los,” hoor ik haar zeggen.
Hij klemt haar steviger vast.
“Laat me verdomme los, eikel,” zegt ze.
Ik kijk om mee heen. Niemand komt in actie.

“Suzie,” zegt hij op sussende toon, “doe nou niet zo koppig, je schiet er toch niks mee op?”
“Nou en,” zegt ze, terwijl ze zich losrukt, “daar gaat het toch niet om?”
Ik geloof niet dat ze het als vraag bedoelt.
“Oh nee, natuurlijk niet,” zegt hij, “het is zeker een principekwestie geworden?”
“Precies, ja, een principekwestie. Weet jij wat dat zijn, principes? Wel eens van gehoord?”
Weer heb ik niet de indruk dat ze het als vraag bedoelt.

Ze staan nu vlak bij de etalageruit die ik minutieus bestudeer. Het is een mooi stel. Zij vangt de zon in haar goudbruine lokken en als ze niet zo boos zou kijken, zouden haar blauwe ogen haar iets zachts geven. Hij is lang, heeft een hoofd vol bruine krulletjes en felblauwe ogen.

Suzie rukt zich los en loopt weg. ‘Bruine-krulletjes’ gaat op een bankje aan de gracht zitten en wrijft met zijn handen vermoeid over zijn gezicht. Zijn slapen zijn grijzig. Hij is niet zo jong als ik dacht.

“Gaat het?” vraag ik.
Hij kijkt verbaasd op.
“Ja, sorry,” stamel ik, “ik zag jullie zojuist, eh, soort van, eh...”
“Je kreeg onze ruzie mee?” vraagt hij.
“Zoiets ja,” zeg ik.
“Ze is pissig,” zegt hij.
“Dat was duidelijk,” zeg ik, “terecht?”
“Ach, wat is terecht? In haar ogen wel natuurlijk.”
“Is ze moeilijk?”
“Moeilijk?” vraagt hij en begint te lachen, “Welnee; temperamentvol, ja, dat wel.”
“Wow, jij snapt vrouwen!” zeg ik.
Hij lacht weer en stelt zich voor: “Ronald, aangenaam.”
“Frederique,” zeg ik en geef hem een hand.
“Nou, Frederique, ik zal je bekennen: ik snap helemaal geen hout van vrouwen, maar dat houdt het wel zo spannend.”
Ik kan moeilijk gaan flirten met de man van Suzie, dus ik wens hem succes verder en zwaai nog even als afscheid.

Twee seconden later hoor ik Ronald mijn naam roepen. Ik kijk achterom.
“Ben jij moeilijk?” roept hij.
Ik haal mijn schouders op: “Er zijn mannen die het temperamentvol noemen.”
Hij lacht opnieuw die heerlijke lach.
“Je krijgt beslist de groeten van mijn zusje,” roept hij dan en loopt weg.




dinsdag 8 mei 2012

Onoverkomelijke verschillen

Ik waad door het verfrissende stroompje dat mijn witgouden strand in tweeën deelt. Ik heb net mijn zijdezachte wiegende hangmat verlaten, omdat een prachtige vlinder op mijn teen landde en mijn aandacht vestigde op de felblauwe papagaai die verderop in de boom zit. Met een luchtige pareo om ga ik de vogel van dichtbij bekijken. Hij is niet bang, ik mag hem zelfs aaien. Dan hoor ik een indringend geluid dat me verwart. Ik ben toch op een onbewoond eiland? De papagaai kijkt me aan en zegt “goeiemorgen schoonheid, ben je wakker?”

Ik kreun en doe één oog open. Op het kussen naast mij ligt een bijzonder uitgeslapen hoofd.
“Het is half zeven,” beantwoordt het hoofd mijn onuitgesproken vraag.
Ik kreun nog een keer en doe mijn oog weer dicht.
“Was je aan het dromen?” vraagt het hoofd opgewekt.
“Nee, ik was op een goddelijk eiland en kreeg ineens een nachtmerrie dat iemand me om half zeven wakker maakte,” denk ik bij mezelf. Maar dat is een hoop tekst voor midden in de nacht.
“Hmmm,” mompel ik en trek mijn beide ogen open. Naast mij ligt Marijn.

De dingen die ik van Marijn weet, zijn op één hand te tellen:
·   Hij heeft, net als ik, Koninginnenacht gevierd op het Wed in Utrecht;
·   Hij heeft een telefoon en daar staat mijn nummer in;
·   Hij was gisteren beschikbaar toen ik dringend aandacht nodig had;
·   En tot slot, wat gisteravond de doorslag gaf voor zijn ticket naar mijn slaapkamer: hij moet vandaag werken.
·    Wat ik van Marijn begin te vermoeden, is dat hij een ochtendmens is.

“Zal ik een sinaasappeltje persen?” vraagt hij.
“Ik heb geen sinaasappels,” zeg ik.
“Zal ik dan even je koe melken?” vraagt hij.
“Ben jij altijd zo vroeg actief en grappig?” zucht ik.
“Ik moet werken, weet je nog?”
“Oh ja, helemaal vergeten” lieg ik, “nou dan moet je maar snel gaan.”
“Ik heb nog een half uur, hoor,” zegt hij en ik denk koortsachtig na over een oprotpremie.
“Ik heb een heerlijke douche, ga je gang,” zeg ik nogal hulpeloos.
“Als ik niet beter wist, Frederique,” tikt Marijn lief op mijn wang, “zou ik denken dat je me weg wilt hebben.”

Een half uur later is de verschikkelijke ochtendman vertrokken, zijn eigen tijdzone in. Hoe lang zou het duren voordat hij ontdekt dat er geen Frederique meer in zijn telefoon staat?