donderdag 17 mei 2012

Tweede indruk

Het is een van de weinige zonnige voorjaarsdagen tot nu toe. Zo’n dag waar iedereen naar snakt. Zo’n dag waarop je verliefd hoort te zijn. Op het leven, op het moment, op de heerlijke man aan je zij. Ik kijk tevergeefs naar mijn linker- en rechterzij en spot dan een stelletje dat innig gearmd het hoekje om komt.

“Laat me los,” hoor ik haar zeggen.
Hij klemt haar steviger vast.
“Laat me verdomme los, eikel,” zegt ze.
Ik kijk om mee heen. Niemand komt in actie.

“Suzie,” zegt hij op sussende toon, “doe nou niet zo koppig, je schiet er toch niks mee op?”
“Nou en,” zegt ze, terwijl ze zich losrukt, “daar gaat het toch niet om?”
Ik geloof niet dat ze het als vraag bedoelt.
“Oh nee, natuurlijk niet,” zegt hij, “het is zeker een principekwestie geworden?”
“Precies, ja, een principekwestie. Weet jij wat dat zijn, principes? Wel eens van gehoord?”
Weer heb ik niet de indruk dat ze het als vraag bedoelt.

Ze staan nu vlak bij de etalageruit die ik minutieus bestudeer. Het is een mooi stel. Zij vangt de zon in haar goudbruine lokken en als ze niet zo boos zou kijken, zouden haar blauwe ogen haar iets zachts geven. Hij is lang, heeft een hoofd vol bruine krulletjes en felblauwe ogen.

Suzie rukt zich los en loopt weg. ‘Bruine-krulletjes’ gaat op een bankje aan de gracht zitten en wrijft met zijn handen vermoeid over zijn gezicht. Zijn slapen zijn grijzig. Hij is niet zo jong als ik dacht.

“Gaat het?” vraag ik.
Hij kijkt verbaasd op.
“Ja, sorry,” stamel ik, “ik zag jullie zojuist, eh, soort van, eh...”
“Je kreeg onze ruzie mee?” vraagt hij.
“Zoiets ja,” zeg ik.
“Ze is pissig,” zegt hij.
“Dat was duidelijk,” zeg ik, “terecht?”
“Ach, wat is terecht? In haar ogen wel natuurlijk.”
“Is ze moeilijk?”
“Moeilijk?” vraagt hij en begint te lachen, “Welnee; temperamentvol, ja, dat wel.”
“Wow, jij snapt vrouwen!” zeg ik.
Hij lacht weer en stelt zich voor: “Ronald, aangenaam.”
“Frederique,” zeg ik en geef hem een hand.
“Nou, Frederique, ik zal je bekennen: ik snap helemaal geen hout van vrouwen, maar dat houdt het wel zo spannend.”
Ik kan moeilijk gaan flirten met de man van Suzie, dus ik wens hem succes verder en zwaai nog even als afscheid.

Twee seconden later hoor ik Ronald mijn naam roepen. Ik kijk achterom.
“Ben jij moeilijk?” roept hij.
Ik haal mijn schouders op: “Er zijn mannen die het temperamentvol noemen.”
Hij lacht opnieuw die heerlijke lach.
“Je krijgt beslist de groeten van mijn zusje,” roept hij dan en loopt weg.