maandag 25 juni 2012

Alle nee is moeilijk

Ik heb een tweede date. Hij heet Michel, werkt als controller bij een verzekeringsmaatschappij, wielrent in zijn vrije tijd en is onnoemelijk saai. Nu vind ik ‘nee’ zeggen altijd moeilijk, maar deze keer was het echt onmogelijk. Michel is namelijk zo breekbaar dat je hem in vier lagen bubbeltjesfolie zou willen inpakken en dan nog een all-risk verzekering zou afsluiten. Hij komt uit een lange relatie die zijn ex een jaar geleden verbrak met de verklaring dat ze eindelijk een echte vent was tegengekomen. Ik was zijn eerste date sindsdien, of zoals hij later opbiechtte: zijn eerste date ooit. We spraken af voor een drankje. Hij bestelde een  koffie verkeerd, ik een droge witte wijn. Hij vroeg naar mijn studie, werk en hobbies. Letterlijk. Zijn tweede koffie stootte hij om, waarna hij me vijf keer plechtig beloofde dat hij het wilde vergoeden als ik het niet meer uit mijn rokje zou krijgen. Ik deed verschrikkelijk mijn best, maar het gesprek verliep steeds moeizamer en na twee uur zei ik dat ik langzaamaan moest gaan.

“Ja, nee, natuurlijk, het is ook al laat,” zei hij.
Ik knikte verontschuldigend.
“Ik heb je al te lang opgehouden, hè? Sorry, hoor, maar je bent ook zo’n fijne vrouw om mee te praten. Ik wed dat mensen jou alles vertellen wat ze dwars zit.”
Ik haalde opgelaten mijn schouders op.
“Eerlijk gezegd had ik nooit gedacht dat ik dit zou durven, zo’n date, maar ik heb het zo ontzettend gezellig gehad met je.”
“Eh, ja, het was best gezellig,” stamelde ik.
“Zie je wel, dat vond jij dus ook. Dit is zo goed voor mijn zelfvertrouwen.”
Ik gaf hem een bemoedigend klopje op zijn knie. Misschien iets te bemoedigend, want daarna vroeg hij: “Ga je volgende week een keer met me eten?”

Gelukkig stap ik deze keer goed voorbereid mijn date in: ik heb allerlei fake afspraken voor komende weken in mijn agenda gezet, er is geen avond meer vrij.

Eenmaal aan tafel bestelt Michel een uitsmijter. Het bedienende meisje en ik kijken verbaasd, maar ze zegt vriendelijk: “Sorry, meneer, die staat op de lunchkaart en ’s avonds geldt alleen de gewone kaart.” Michel glimlacht verheugd en zegt uitgelaten: “dat gaan wij volgende keer doen, Frederique, lunchen!”


vrijdag 15 juni 2012

Het oranje jurkje

Wanneer is het eigenlijk begonnen? Twee jaar geleden? Met het Bavaria-jurkje? Ik heb het over outfit-stress bij voetbalwedstrijden. Niet dat ik zo’n voetbalfanaat ben. Integendeel. Zoals een groot deel van de bevolking loop ik alleen warm voor de wedstrijden van het Nederlands elftal; en dan ook nog vooral als het ergens om gaat en ze het goed doen. Dan sta ik in een kroeg met een groot scherm, want grote schermen trekken grote groepen mannen. Mannen die samen juichen en hun onbekende oranje buurvrouw omhelzen. Mannen die samen uithuilen en zich gewillig door oranje dames laten troosten.

Sport verbroedert en verzustert en verflirt; onze jongens brachten niet alleen doelpunten, spanning en afleiding van de dagelijkse beslommeringen, maar ook verbondenheid, openheid en seks. Enige benodigdheid: een oranje sjaal of shirt, een gratis wuppy of een Koninginnedaghoed. Niks dat je niet ergens in een kast of la hebt liggen en prima combineert met je oude jeans. Ik herinner me de Australiër van vier jaar geleden die tijdens voorbeschouwing, wedstrijd en nabeschouwing vrienden voor het leven maakte en steeds meer oranje gadgets verzamelde. Toen hij mijn hoge Heineken-hoed afpakte, waarschuwde ik hem: “don’t lose it, or you’ll be my slave for the rest of the night”. Hij keek me indringend aan, deed de hoed af en gooide hem als een frisbee naar de andere kant van de kroeg. “I’m afraid I’ve lost it, darling,” glunderde hij. De rit achterop de fiets naar mijn huis was voor hem de perfecte afsluiting van een avond waarvoor hij me die nacht rijkelijk beloonde zonder het rood-wit-blauw op mijn wangen in de war te schoppen.

Dat heeft het Bavaria-jurkje allemaal verpest. Sinds de anonieme babes er in dat jurkje hotter uitzagen dan de spelersvrouwen, voel ik druk. Het Bavaria-jurkje ging voor grof geld het zwarte circuit in, maar het staat alleen vrouwen met maatje 34/36. Er is nu een nieuw Bavaria-jurkje. Daar zijn er genoeg van, maar het staat alleen vrouwen met maat 32/34. En dan is er het Supertrash-jurkje van de Appie: one size fits all, especially Sylvie van der Vaart. Ik heb ze allemaal aangehad afgelopen woensdag. En weer uit gedaan. Waarom is oranje niet meer voorbehouden aan wijde mannenshirts? Gelukkig heb ik voor aankomende zondag de oplossing: er schijnt een oranje t-shirt in omloop te zijn met een geniale opdruk. “Vrouwen weten dondersgoed wanneer mannen buitenspel staan.” Ik ga een XL bestellen en een heel groot scherm opzoeken.


donderdag 7 juni 2012

Seks met toestemming

Eens in de zoveel tijd brengt Facebook een oude vriend of vriendin op mijn pad. Dan tref ik de uitnodiging van een lang vergeten naam in mijn berichtenoverzicht. Het heeft iets aparts om een vriendenverzoek te krijgen van iemand die ooit al je vriend was; het doet me denken aan het hernieuwen van huwelijksgeloften, een aanstellerige gewoonte van Hollywood-sterren die willen laten zien dat ze nog perfect in hun tijdloze trouwjurk passen na het baren van drie modebewuste kinderen.

Deze week kreeg ik een bericht van Saskia Bos, een van mijn favoriete klasgenootjes van vroeger. Saskia was de vrolijke opstandelinge van onze klas. Ze hield ervan alles ter discussie te stellen, maar als de leraren haar de reden voor een maatregel goed konden uitleggen, werd ze enthousiast aanhanger en mobiliseerde alles en iedereen. Ik glimlach bij de herinnering aan haar spreekbeurt over proefdieren. Ze had een farmaceutisch bedrijf zover gekregen drie proefratten in een kooi uit te lenen en tijdens haar spreekbeurt liet ze ze demonstratief vrij. Ik geloof niet dat de diertjes het overleefd hebben in de natuur, maar haar actie haalde wel alle lokale media met overal dezelfde foto: heldin Saskia glunderend met de boete van het farmaceutische bedrijf.

Ik accepteer haar vriendenverzoek en zie dat ze getrouwd is. Dat verbaast me niet; Saskia is streng-gelovig en ik kan me haar als volwassen vrouw niet anders voorstellen dan met een lieve man en vier lieve kinderen. Ik zie inderdaad trotse foto’s van een blakend gezond gezin. Een week later drinken we een biertje bij café Olivier in Utrecht. Op haar iPhone zie ik nog meer hartverwarmende foto’s en dan begin ik erover, bij haar derde Palm.

“Sas, hebben jullie nou echt geen seks gehad voor het huwelijk?”
“Nee, echt niet,” zegt ze en glimlacht haar vertrouwde lach.
“En, hoe was het dan uiteindelijk?” wil ik weten.
Saskia lacht. “Nou, ik vond het wel wat eigenlijk.”
“Meestal is de eerste keer weinig soeps,” zeg ik.
“Nou, bij ons niet, hoor,” zegt ze blij, “het zat er meteen goed in.”
Mijn vooroordelen zitten me in de weg, dus ik vraag door. “Mag je er wel van genieten als christen, Sas? Ik begreep altijd dat seks in het geloof puur wordt gezien als middel voor voortplanting en je er dus niet echt plezier in mag hebben.”
“Weet je, Freek,” zegt ze dan met het soort logica dat ze als kind al tot in de puntjes beheerste, “als God niet wilde dat we ervan zouden genieten, dan had hij het niet zo lekker gemaakt.”

Saskia is niks veranderd. Haar God ook niet. Eens kijken of die ook op Facebook zit.