donderdag 23 augustus 2012

Pretty Woman

Ik heb een date. En niet zomaar een. Een collega van me heeft een oudere broer en die heeft een vriend. Die vriend heet Roderick (kan hij ook niks aan doen), is sinds een jaar weer single en echt een catch voor een leuke, ontwikkelde, ambitieuze vrouw. Dat vindt in elk geval mijn collega.

Roderick mailde me vorige week. “Prettig om alvast kennis te maken, Frédérique,” schreef hij. Ik had mijn naam nog nooit met twee streepjes erop gespeld. Hij was bereid naar Utrecht te komen, sterker nog, hij stond erop en stelde voor elkaar te ontmoeten bij de nieuwe wijnbar aan de Neude, Lefebvre. Hij zou meteen iets reserveren om daarna een hapje te eten. Het leek me wat optimistisch voor een eerste date, maar ach, optimisme is een mooie eigenschap.

Als ik bij de wijnbar aankom in een roomkleurig jurkje met lage hakken -ik heb geen idee hoe lang hij is- zie ik achterin de zaak een man vragend naar me kijken. Dat zal hem niet zijn. De man aan de hoge tafel is grijs, draagt een pak en een gouden horloge en legt een Blackberry weg. Ik kijk rond. Er zitten drie stelletjes, twee setjes vriendinnen en een groep uitbundige vrienden of collega’s. Roderick is er nog niet, lijkt het. De grijze man in pak zwaait naar me. Ik lach terug en ga zitten aan een tafel verderop. Dan komt de grijze pakman naar me toe. “Frédérique?” vraagt hij. “Eh, ja,” zeg ik.

Twee uur later begin ik pas te beseffen wat voor man er tegenover me zit. Hij is wel grijs, maar charmant, voorkomend en erg onderhoudend. Hij heeft een zeilboot, een tweede huisje in de Alpen en een derde huisje aan de Rivièra. Op mijn enthousiaste blik belooft hij me een ritje in zijn Porsche voordat hij me meeneemt naar restaurant De Rechtbank. Daar bestelt hij een plateau fruits de mer voor ons met een koele pinot grigio. Ik krijg visbestek dat ik nog nooit eerder heb gezien en ik moet onmiddellijk aan haar denken: Pretty Woman’s Julia Roberts tegenover haar Richard Gere. Ik spiek stiekem hoe hij zijn gereedschap gebruikt en gelukkig belandt er niet, zoals bij Julia, een stuk kreeft bij de buurman op schoot. Opgelucht schiet ik in de lach. “Voor 3000 euro ben ik de hele week van jou,” zeg ik.

“Kon hij er niet om lachen?” vraagt Carien die avond laat.
“Nee,” zeg ik, “niet bepaald.”
“Heb je het wel uitgelegd?” vraagt ze.
“Jazeker, maar hij kende de film niet en mijn toelichting over rijke kerels en straathoertjes kwam er totaal verkeerd uit.”
“Toen was hij weg?”
“Van nul tot honderd in vier seconden. Ik kon niet eens meer zwaaien.”