dinsdag 18 december 2012

Weet je nog?

Ze ziet er goed uit; bruine krullen, heldere ogen, gulle lach. Het is toch al een jaar of vier geleden dat we elkaar zagen en we hadden toen geen idee dat er zo lang tussen zou zitten. Ze heeft een rok aan, dat was vier jaar geleden ondenkbaar.

Na de eerste bevalling stuurde ze een geboortekaartje. Baby’s waren niet mijn ding en aangezien ik nog niet zo ervaren was met zwangerschappen, kraamvisite’s en babycadeaus, wist ik me er geen raad mee. Ik liet het kaartje even liggen. Even werd een week en toen een maand. Inmiddels moest er uit schuldgevoel een supercadeau komen wat na een jaar nog steeds niet gevonden was. Ik schaamde me zo diep dat er vier jaar voorbijgingen zonder contact.

Ze mailde me op facebook: “Hi Frederique, hoe is het met je? Zullen we weer eens afspreken?”

Ze is naar Utrecht gekomen en we wandelen samen richting Oudegracht. Bij Mammoni gaan we lunchen. “Weet je nog dat we naar Brugge waren samen, toen jij net je eerste autootje had?” vraagt ze, als we aan tafel zitten. Ik glimlach, ik weet het nog.
 
 
 

maandag 10 december 2012

Held met bierbuik

Normaal gesproken wast mijn vader mijn auto voor me, maar nu ik mijn Mini onverwacht ga uitlenen, moet ik voor het eerst een wasstraat opzoeken. Nadat ik bij de norse puber achter het loket een kaartje heb gekocht, parkeer ik voor het gebouwtje waar op dit moment een felrode sportwagen door borstels wordt besprongen en ingezeept. De overjarige man die duidelijk bij de sportwagen hoort – hij kijkt alsof hij zijn eerstgeborene in bad ziet kraaien van plezier – knikt mij vriendelijk toe. Ik onderdruk een meewarige blik; het heeft iets zieligs, zo’n vijftiger met een jongensspeeltje. De sportauto is inmiddels in de afdroogfase beland en blijkbaar mag mijn Mini gelijktijdig aan het inzepen beginnen. EfficiĆ«nt ding, zo’n wasstraat.


Zodra het groen wordt, rijd ik mijn Mini tussen de sponzige rollen. Vervolgens stap ik uit en loop de wandelgang in. Terwijl de wild draaiende borstels hun zeep laten vallen, komt de Mini langzaam in beweging. Ik knik de sportautoman vriendelijk toe en zie hem ineens verontrust kijken. Hij is vast bang dat ik de antenne er niet af heb geschroefd. Wat denkt hij wel niet? Ik kan heus wel een auto wassen. Ik steek dan ook geruststellend de antenne omhoog en glimlach om mijn irritatie te verbergen. De sportautoman ziet de antenne niet, want hij is, steeds bezorgder kijkend, een sprintje begonnen. Dan pas zie ik waar de onrust vandaan komt: mijn Mini is niet zomaar in beweging gekomen, maar op hol geslagen.


 
 
 

maandag 3 december 2012

Mooie broer

“Jemig, wat een mooie broer heb jij,” zegt collega Valerie.

We komen tegelijk aan bij kantoor en doen in de garderobe onze winterjassen uit. Het begint weer koud te worden, op de planken liggen stapels mutsen, sjaals en handschoenen waar maandenlang zonnebrillen lagen en een enkele keer slippers, als iemand nieuwe pumps had.

“Ja, Dennis is een mooie vent,” beaam ik.

Gisteren is hij me op kantoor komen halen om een hapje te gaan eten en daarna een rondje door Utrecht te fietsen. Jacqueline en hij willen weg uit Zwolle en hij kwam kijken welke wijken leuk zijn. Valerie had een paar minuten met hem staan praten.

“Zeg dat wel, ja, wat een ongelooflijk lekker ding,” zegt Valerie, “en nog superaardig ook.” Ze klinkt verbaasd. Ik ben het gewend.