maandag 10 december 2012

Held met bierbuik

Normaal gesproken wast mijn vader mijn auto voor me, maar nu ik mijn Mini onverwacht ga uitlenen, moet ik voor het eerst een wasstraat opzoeken. Nadat ik bij de norse puber achter het loket een kaartje heb gekocht, parkeer ik voor het gebouwtje waar op dit moment een felrode sportwagen door borstels wordt besprongen en ingezeept. De overjarige man die duidelijk bij de sportwagen hoort – hij kijkt alsof hij zijn eerstgeborene in bad ziet kraaien van plezier – knikt mij vriendelijk toe. Ik onderdruk een meewarige blik; het heeft iets zieligs, zo’n vijftiger met een jongensspeeltje. De sportauto is inmiddels in de afdroogfase beland en blijkbaar mag mijn Mini gelijktijdig aan het inzepen beginnen. EfficiĆ«nt ding, zo’n wasstraat.


Zodra het groen wordt, rijd ik mijn Mini tussen de sponzige rollen. Vervolgens stap ik uit en loop de wandelgang in. Terwijl de wild draaiende borstels hun zeep laten vallen, komt de Mini langzaam in beweging. Ik knik de sportautoman vriendelijk toe en zie hem ineens verontrust kijken. Hij is vast bang dat ik de antenne er niet af heb geschroefd. Wat denkt hij wel niet? Ik kan heus wel een auto wassen. Ik steek dan ook geruststellend de antenne omhoog en glimlach om mijn irritatie te verbergen. De sportautoman ziet de antenne niet, want hij is, steeds bezorgder kijkend, een sprintje begonnen. Dan pas zie ik waar de onrust vandaan komt: mijn Mini is niet zomaar in beweging gekomen, maar op hol geslagen.