vrijdag 11 januari 2013

Ik gun het haar wel/niet/wel/niet/wel

Ik ben teleurgesteld in mezelf, ernstig teleurgesteld. Gelukkig valt Jet nog niet op, dat ik trekjes van een zielig harteloos kreng aan het ontwikkelen ben.
“Bizar, hè?” zegt ze en kijkt me opgetogen aan.
“Heel bizar”, bevestig ik neutraal.
Ze zucht en ik probeer haar met medeleven aan te kijken.
“Het doet goed om erover te praten”, zegt ze.
Ik knik.
“Vooral met mensen die niet meteen oordelen of me zeggen dat het kansloos is”, zegt ze.
Ik knik, al ligt de term ‘kansloos’ al een half uur op mijn lippen.
“En nu dan?” vraag ik.
“Ja, dat is grote vraag natuurlijk”, zucht Jet. “Hij woont in Venezuela, ik hier. Hij spreekt alleen maar Spaans en heeft daar een goeie baan als schooldirecteur, maar verdient sinds de crisis amper genoeg om van te leven. Laat staan om zijn grote liefde in Europa op te zoeken.”

Ik volg niet goed wat ze zegt. Het enige wat ik hoor is iemand die klaagt terwijl ze net, tijdens haar Kerstvakantie, haar grote liefde heeft ontmoet.